"De prijzen voor belangrijke inflatiebepalende factoren zoals autoverzekeringen en huisvesting, inclusief de huurprijzen, stijgen minder snel, waardoor de totale inflatie weer afneemt", zegt Hollenberg. "Die afkoelingstrend houdt wellicht aan, want de arbeidsmarkt lijkt vaart te verliezen en veel bedrijven zijn terughoudend om prijsverhogingen door te voeren."
Gezien de omvang van de AI-investeringen blijft de inflatie voor obligatiebeleggers niettemin een belangrijk risico. "Als de investeringsuitgaven blijven stijgen en de groei versnelt vóór AI ook productiviteitswinsten oplevert, zou de inflatie kunnen stijgen. In dat scenario zou de Fed meer druk kunnen ervaren om de beleidsrente opnieuw te verhogen, waardoor de rente op 10-jarige staatsobligaties boven de 5% zou kunnen stijgen. Dat is niet mijn basisscenario, maar wel iets wat ik goed in de gaten houd."
Fed grijpt terug naar beleid van voor de crisis
Nu de rente en de inflatie normaliseren, hanteert Kevin Warsh, voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve, een strategie die minder communiceert over toekomstverwachtingen, een aanpak die de Fed ook vóór de wereldwijde financiële crisis hanteerde.
"Ik vind het prima dat de Fed minder beloftes doet over het niveau van de rente over zes of twaalf maanden, maar beleggers moeten wel nog steeds begrijpen welke factoren aanleiding kunnen geven tot een verandering in het monetaire beleid", zegt Hollenberg. "Als ik niet weet wat de Fed ertoe kan bewegen om de rente te verhogen of te verlagen, dan wil ik allicht een hogere premie voor mijn langlopende obligaties. Dit wordt waarschijnlijk een proces van vallen en opstaan waarbij de markten na verloop van tijd leren hoe Warsh reageert."
De onzekerheid over hoe Warsh zou reageren, bleek overduidelijk uit de volatiliteit die ontstond nadat de Fed op haar vergadering van juli had besloten de rente ongewijzigd te houden. De Amerikaanse 30-jaarsrente liep in augustus op tot 5,3%, het hoogste niveau in 19 jaar tijd, alvorens weer te dalen na de verrassende beslissing van de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent om meer langlopende staatsobligaties in te kopen.
"Bessent laat de markt weten dat het ministerie van Financiën tussenbeide kan komen als de obligatierentes stijgen tot boven een niveau dat naar zijn oordeel niet door de fundamentals gerechtvaardigd wordt", aldus Hollenberg. "Dat kan – tot in zekere mate – maar er zijn wel grenzen. Als Financiën die strategie te ver doordrijft, zou het moeilijker kunnen worden om schatkistcertificaten te verkopen om die obligatieaankopen te financieren. Uiteindelijk loop je dan het risico dat je de vraag naar activa die in dollar luiden, ondermijnt."
Terwijl de staatsobligatiemarkt op en neer ging, haalden de VS een alarmerende mijlpaal: de staatsschuld steeg tot meer dan 40 biljoen dollar, bijna het dubbele van amper 10 jaar geleden. Queen merkt op dat de Amerikaanse staatsschuld al tientallen jaren zorgen baart en voor beleggers nog steeds een belangrijk aandachtspunt is.
"Het idee dat de VS hun schuld niet terugbetalen in een munt die het land zelf drukt, is onwaarschijnlijk. De echte vraag is of er nog staatsobligaties zullen worden gekocht. Zo niet, dan zouden de financieringskosten verder kunnen stijgen en de regering onder druk zetten om het begrotingstekort te verminderen", zegt Queen. "Dat is natuurlijk mogelijk, maar de Amerikaanse economie is nog steeds een van de sterkste ter wereld, met een grote en bijzonder liquide staatsobligatiemarkt. Dat helpt wellicht om een schuldencrisis op korte termijn te voorkomen."
Uit de geschiedenis blijkt dat aandelen wel opgewassen zijn tegen hogere rentes
"Meestal gaan stijgende rentevoeten gepaard met economische groei. Ze komen dus vaker voor dan beleggers denken", zegt Cheryl Frank, equity portfolio manager.
"Als de langetermijnrente plots met 50 tot 100 basispunten stijgt, uit zich dat vaak in volatiele markten, maar gewoonlijk gaat dat weer voorbij, en dat is het punt waar we ons vandaag bevinden. Met de aandelenmarkt gaat het doorgaans pas bergaf nadat de rente veel hoger is geworden – vroeger was dat als de langetermijnrentes met 2% tot 2,5% stegen."