Vastrentende beleggingen Wat hogere rentes kunnen betekenen voor aandelen en obligaties

Het was deze zomer allesbehalve saai op de obligatiemarkt. De toenemende staatsschuld, de hoge inflatie en de enorme investeringen in AI stuwen de rente op Amerikaanse staatsobligaties omhoog, waardoor sommige beleggers zich afvragen of de recente volatiliteit een nakende crisis inluidt, of een bredere verschuiving naar een wereld van hogere rentes.

 

"De rentes gaan naar niveaus die beter aansluiten bij de trends voor de economische groei en inflatie op lange termijn", zegt John Queen, fixed income portfolio manager. "Ik verwacht op korte termijn geen crisis, maar het aanpassingsproces kan voor beleggers af en toe wel met pijnlijke momenten gepaard gaan."

 

"Eén reden voor de hogere rentes op staatsobligaties is dat de Amerikaanse economie de afgelopen jaren ondanks de stijgende rentevoeten goed stand heeft weten te houden", voegt Queen toe. "Met name AI-bedrijven blijven maar indrukwekkende winsten boeken, en ook veel andere sectoren realiseren globaal solide resultaten."

Opnieuw hogere staatsobligatierentes

Een lijndiagram met de rentes op langlopende Amerikaanse staatsobligaties van 1871 t/m augustus 2026. De rente lag tussen 3% en 6% voor 62% van de periode, bereikte in het begin van de jaren 80 een piek van bijna 14%, daalde tot onder 1% in 2020 en steeg tot 4,7% in augustus 2026. Een ingesloten grafiek toont de rente op 10-jarige Amerikaanse staatsobligaties van 4,75% en de Amerikaanse beleidsrente van 3,50% per augustus 2026. In augustus 2026 bedroeg de rente op 10-jarige Amerikaanse staatsobligaties 4,75%, terwijl de Amerikaanse beleidsrente nog steeds op 3,50% stond.

Bronnen: Capital Group, Federal Reserve Bank of St. Louis, LSEG Datastream, Robert Shiller. De gegevens voor 1871 tot 1961 zijn het maandelijkse gemiddelde van de rente op langlopende Amerikaanse staatsobligaties, samengesteld door Robert Shiller. De gegevens voor 1962 tot 2026 vertegenwoordigen de rentes op 10-jarige Amerikaanse staatsobligaties per 31 december van elk jaar in de periode. De gegevens voor 2026 zijn per 31 augustus 2026.

Inflatie blijft mogelijk hoger dan voor de pandemie

 

Nu de inflatie al meer dan vijf jaar boven het streefdoel ligt, vragen veel consumenten zich af of hogere prijzen het nieuwe normaal zijn geworden. De Amerikaanse Personal Consumption Expenditures Price Index steeg in juli met 3,7% ten opzichte van een jaar geleden, terwijl de kern-PCE-inflatie (zonder voeding en energie), de inflatiemaatstaf die de Amerikaanse Federal Reserve bij voorkeur hanteert, een stijging van 3,3% liet optekenen.

 

"Sinds de pandemie is de wereld veranderd, en is het minder waarschijnlijk geworden dat de inflatie opnieuw daalt tot de chronisch lage niveaus van na de wereldwijde financiële crisis van 2008", zegt Tom Hollenberg, fixed income portfolio manager. "Ik denk wel dat de kern-PCE-inflatie zal dalen ten opzichte van de huidige niveaus en veeleer rond 2% tot 2,5% zal stabiliseren."

Bredere inflatie blijft uit ondanks hogere energieprijzen

Een staafdiagram met de bijdragen aan de PCE-inflatie jaar op jaar die worden geleverd door huisvesting, basisdiensten zonder huisvesting, basisgoederen, voeding en energie en de totale inflatie van januari 2021 tot juli 2026.

Bronnen: Capital Group, Bureau of Economic Analysis, Federal Reserve Bank of San Francisco. Getoonde datalabels zijn voor de totale groei van de maandelijkse Personal Consumption Expenditures (PCE) Price Index jaar op jaar voor alle onderdelen per januari 2021 (start van de periode), juni 2022 (piek) en juli 2026 (meest recente gegevens). Meest recente beschikbare gegevens per 31 juli 2026. De gecombineerde bijdragen van PCE-onderdelen stemmen in bepaalde maanden mogelijk niet overeen met het totaal wegens afronding.

"De prijzen voor belangrijke inflatiebepalende factoren zoals autoverzekeringen en huisvesting, inclusief de huurprijzen, stijgen minder snel, waardoor de totale inflatie weer afneemt", zegt Hollenberg. "Die afkoelingstrend houdt wellicht aan, want de arbeidsmarkt lijkt vaart te verliezen en veel bedrijven zijn terughoudend om prijsverhogingen door te voeren."

 

Gezien de omvang van de AI-investeringen blijft de inflatie voor obligatiebeleggers niettemin een belangrijk risico. "Als de investeringsuitgaven blijven stijgen en de groei versnelt vóór AI ook productiviteitswinsten oplevert, zou de inflatie kunnen stijgen. In dat scenario zou de Fed meer druk kunnen ervaren om de beleidsrente opnieuw te verhogen, waardoor de rente op 10-jarige staatsobligaties boven de 5% zou kunnen stijgen. Dat is niet mijn basisscenario, maar wel iets wat ik goed in de gaten houd."

 

Fed grijpt terug naar beleid van voor de crisis

 

Nu de rente en de inflatie normaliseren, hanteert Kevin Warsh, voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve, een strategie die minder communiceert over toekomstverwachtingen, een aanpak die de Fed ook vóór de wereldwijde financiële crisis hanteerde.

 

"Ik vind het prima dat de Fed minder beloftes doet over het niveau van de rente over zes of twaalf maanden, maar beleggers moeten wel nog steeds begrijpen welke factoren aanleiding kunnen geven tot een verandering in het monetaire beleid", zegt Hollenberg. "Als ik niet weet wat de Fed ertoe kan bewegen om de rente te verhogen of te verlagen, dan wil ik allicht een hogere premie voor mijn langlopende obligaties. Dit wordt waarschijnlijk een proces van vallen en opstaan waarbij de markten na verloop van tijd leren hoe Warsh reageert."

 

De onzekerheid over hoe Warsh zou reageren, bleek overduidelijk uit de volatiliteit die ontstond nadat de Fed op haar vergadering van juli had besloten de rente ongewijzigd te houden. De Amerikaanse 30-jaarsrente liep in augustus op tot 5,3%, het hoogste niveau in 19 jaar tijd, alvorens weer te dalen na de verrassende beslissing van de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent om meer langlopende staatsobligaties in te kopen.

 

"Bessent laat de markt weten dat het ministerie van Financiën tussenbeide kan komen als de obligatierentes stijgen tot boven een niveau dat naar zijn oordeel niet door de fundamentals gerechtvaardigd wordt", aldus Hollenberg. "Dat kan – tot in zekere mate – maar er zijn wel grenzen. Als Financiën die strategie te ver doordrijft, zou het moeilijker kunnen worden om schatkistcertificaten te verkopen om die obligatieaankopen te financieren. Uiteindelijk loop je dan het risico dat je de vraag naar activa die in dollar luiden, ondermijnt."

 

Terwijl de staatsobligatiemarkt op en neer ging, haalden de VS een alarmerende mijlpaal: de staatsschuld steeg tot meer dan 40 biljoen dollar, bijna het dubbele van amper 10 jaar geleden. Queen merkt op dat de Amerikaanse staatsschuld al tientallen jaren zorgen baart en voor beleggers nog steeds een belangrijk aandachtspunt is.

 

"Het idee dat de VS hun schuld niet terugbetalen in een munt die het land zelf drukt, is onwaarschijnlijk. De echte vraag is of er nog staatsobligaties zullen worden gekocht. Zo niet, dan zouden de financieringskosten verder kunnen stijgen en de regering onder druk zetten om het begrotingstekort te verminderen", zegt Queen. "Dat is natuurlijk mogelijk, maar de Amerikaanse economie is nog steeds een van de sterkste ter wereld, met een grote en bijzonder liquide staatsobligatiemarkt. Dat helpt wellicht om een schuldencrisis op korte termijn te voorkomen."

 

Uit de geschiedenis blijkt dat aandelen wel opgewassen zijn tegen hogere rentes

 

"Meestal gaan stijgende rentevoeten gepaard met economische groei. Ze komen dus vaker voor dan beleggers denken", zegt Cheryl Frank, equity portfolio manager.

 

"Als de langetermijnrente plots met 50 tot 100 basispunten stijgt, uit zich dat vaak in volatiele markten, maar gewoonlijk gaat dat weer voorbij, en dat is het punt waar we ons vandaag bevinden. Met de aandelenmarkt gaat het doorgaans pas bergaf nadat de rente veel hoger is geworden – vroeger was dat als de langetermijnrentes met 2% tot 2,5% stegen."

Aandelenmarkt op winst ondanks hogere rente op 10-jarige Amerikaanse staatsobligaties

Bronnen: Capital Group, Bloomberg, Federal Reserve Bank of St. Louis, S&P Global. Perioden van stijgende rente worden gedefinieerd als een stijging van ten minste 75 basispunten van de rente bij constante looptijd op een 10-jarige Amerikaanse staatsobligatie over zes maanden of meer. De analyse omvat 23 perioden tussen januari 1962 en augustus 2026 en omvat niet de lopende periode die begon op 28 februari 2026. Het gemiddelde totaalrendement is cumulatief, inclusief herbelegde dividenden. De maximale daling vertegenwoordigt de gemiddelde daling van piek tot dal tijdens elke geobserveerde periode. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Frank verwacht niet dat de staatsobligatierente nog fors zal stijgen, deels omdat de regering-Trump duidelijk heeft gemaakt de financieringskosten laag te willen houden. "Toch blijf ik rekening houden met volatiliteit op de staatsobligatiemarkt. Ik zorg ervoor dat mijn portefeuilles niet al te geconcentreerd zijn in hoog gewaardeerde, sterk groeiende aandelen, omdat die bij een rentestijging gewoonlijk terrein verliezen", aldus Frank. "Dat betekent dat ik diversifieer naar sectoren zoals de financiële sector, verzekeringen, energie en bepaalde grondstoffen. Veel van die bedrijven zijn redelijker gewaardeerd, genereren een sterke cashflow en betalen aantrekkelijke dividenden."

 

De AI-boom mogen we natuurlijk niet negeren, en een evenwichtige portefeuille heeft ook posities in AI- en AI-gerelateerde bedrijven, zegt Frank. "AI zou een van de grootste technologische revoluties in ons leven kunnen zijn, met ingrijpende gevolgen voor elk onderdeel van de economie. Ik ben optimistisch dat AI het potentieel heeft om ook andere sectoren ten goede te komen dan halfgeleiders en de bedrijven die in eerste instantie van de uitbouw van AI profiteren."

 

Back to the future

 

Met hogere rentevoeten en een Fed die minder in haar kaarten laat kijken, keren we terug naar het economische klimaat van voor de wereldwijde financiële crisis, toen de markten zich lieten leiden door de inflatie, de groeivooruitzichten en de fundamentals, zegt Queen.

 

"In het begin van mijn carrière in de vroege jaren 90 vonden veel beleggers een staatsobligatierente van 5,75% ongewoon laag, met amper ruimte om te dalen. Maar in de decennia daarna gingen de obligatierentes alsmaar lager. Dat heeft me geleerd dat beleggers recente gebeurtenissen als ankerpunt gebruiken", voegt Queen toe. "Nu zijn veel beleggers beter vertrouwd met het klimaat van extreem lage rentevoeten. Maar wie even het grotere plaatje bekijkt, ziet dat de huidige rentevoeten logisch zijn in een wereld die gekenmerkt wordt door een inflatie van boven de 2% en een gezonde economische groei."

 

Hij merkt op dat perioden van volatiliteit kunnen voorkomen, vooral als de inflatie hoger blijft dan bedrijven en consumenten zouden willen. "Maar per slot van rekening bezit je obligaties als tegenwicht voor aandelen, die meer kunnen stijgen, maar ook volatieler zijn. De huidige startrentes van circa 5% betekenen dat obligaties beter gepositioneerd zijn om inkomsten en een mate van stabiliteit te bieden."

John Queen is fixed income portfolio manager en heeft 36 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij heeft een bachelor in industrieel management van Purdue University. Hij is tevens gecertificeerd als Chartered Financial Analyst®.

Tom Hollenberg is fixed income portfolio manager en heeft 21 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij heeft een MBA in financiën van MIT en een bachelor van Boston College.

Cheryl Frank is equity portfolio manager en heeft 28 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Ze heeft een MBA van Stanford en een bachelor van Harvard.

In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Het is niet mogelijk om direct te beleggen in een index, die niet wordt beheerd. De waarde van beleggingen en inkomsten daaruit kunnen zowel stijgen als dalen en u kunt uw inleg geheel of gedeeltelijk verliezen. Deze informatie is niet bedoeld als beleggings-, fiscaal of ander advies, noch als een aansporing tot het kopen of verkopen van effecten.
 
Verklaringen die worden toegeschreven aan een persoon verwoorden de mening van die persoon op het moment van publicatie en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de mening van Capital Group of haar gelieerde ondernemingen. Alle informatie is per de aangegeven datum, tenzij anders vermeld. Sommige informatie kan van derden afkomstig zijn en de betrouwbaarheid van die informatie kan dan ook niet worden gegarandeerd.
 
Bij Capital Group staan drie beleggingsteams in voor het aandelenbeheer. Deze teams nemen in alle onafhankelijkheid beslissingen over beleggingen en het stemmen bij volmacht. Onze specialisten in vastrentende beleggingen verzorgen voor de hele Capital-organisatie het onderzoek naar en beleggingsbeheer van vastrentende producten. Voor effecten met aandelenkenmerken handelen ze echter uitsluitend namens een van de drie aandelenbeleggingsteams.