In de sector woedt nog steeds de discussie over actief versus passief beheer, maar dat is niet langer de beste basis om tot een optimale portefeuillesamenstelling te komen.
Passieve strategieën kunnen een efficiënte manier zijn om breed gespreid te beleggen, maar ze zijn ook per definitie reactief, ze houden beperkingen in omdat ze de samenstelling van een index volgen en ze zijn steeds vaker onderhevig aan de concentratie van de markt. Actief beheer voegt een proactief element toe: het vermogen om flexibel in te spelen op veranderende omstandigheden, eigen klemtonen te leggen, en risico's te beheren die een index misschien niet in aanmerking neemt. De discussie gaat dan ook niet meer over de voordelen van actief tegenover passief beheer, maar over hoe beide vormen het beste kunnen worden gecombineerd.
Een essentieel onderdeel in dit debat is de gangbare misvatting dat benchmarks een 'neutraal' startpunt vertegenwoordigen. Aandelenindexen zijn ontworpen om marktrendementen te kwantificeren, maar in de praktijk bepalen ze steeds vaker hoe risico wordt gemeten en hoe vermogensbeheerders – en het 'succes' van een portefeuille – worden beoordeeld.
Een benchmark volgen wordt als passief beleggen beschouwd, maar elke benchmark is wel het resultaat van een reeks actieve keuzes. Bijvoorbeeld de keuze voor de S&P 500 in plaats van de Russell 1000, of voor een gelijkgewogen index in plaats van een marktkapitalisatiegewogen index, of voor een index van ontwikkelde markten in plaats van een index van wereldwijde aandelen. Al die keuzes leiden na verloop van tijd tot aanzienlijk verschillende resultaten. Een echt neutrale benchmark bestaat niet, want elke benchmark houdt aannames in over economisch leiderschap, marktstructuur en risicospreiding.
In het huidige klimaat wordt dat nog belangrijker, omdat benchmarks voor wereldwijde aandelen geconcentreerder zijn geworden en het rendement steeds vaker door een handvol bedrijven wordt bepaald. De tien grootste aandelen in de S&P 500 vertegenwoordigen nu bijvoorbeeld bijna 40% van de index, een niveau dat we in de VS sinds halverwege de jaren zestig niet meer hebben gezien. Ook bedrijven actief in halfgeleiders zijn inmiddels goed voor bijna een vijfde van de hele benchmark.