De obligatierente zit de laatste tijd weer in de lift. Het huidige klimaat roept misschien wel herinneringen op aan 2022, maar beleggers doen er goed aan een nieuw tijdperk van stijgende rente in een bredere historische context te bekijken.
Dat de rente vandaag stijgt, heeft verschillende oorzaken. Onder meer de hogere energieprijzen, de aanboddynamiek, de wereldwijd stijgende obligatierentes, een bijgestelde inschatting van de onderliggende economische groei en de restrictievere houding van de Federal Reserve (de Fed) spelen een rol. Omdat de inflatie systematisch boven het streefdoel bleef hangen, heeft de Fed in september voor het eerst in ruim drie jaar de rente verhoogd. Onder invloed van die krachten zijn de obligatierentes gestegen – en de obligatiekoersen gedaald.
Staat obligatiebeleggers nog meer slecht nieuws te wachten, of is er beterschap op komst? Vijf elementen moet u bij het evalueren van een portefeuille volgens ons in het achterhoofd houden.
1. De aanvangssituatie bepaalt mee de mogelijke gevolgen
Niet elke periode van stijgende rente is gelijk. Er kunnen grote verschillen zijn in oorzaken, renteverloop en – vooral – de impact op de markten. Toen de Fed in 2022 als reactie op de sterke stijging van de inflatie de rente begon te verhogen, bood het uiterst lage aanvangsrendement weinig inkomsten om de dalende koersen op te vangen. Vandaag zijn de oorzaken en aanvangssituatie helemaal anders.
De stijging van de rente in 2026 is het gevolg van een samenspel van factoren. Door het conflict in het Midden-Oosten en de stijgende energieprijzen is de totale inflatie hoog en is de bezorgdheid over de inflatie toegenomen. De onderliggende kerninflatie loopt echter niet zo sterk op als in 2022. Verschillende factoren suggereren volgens ons dat de inflatie hardnekkig kan blijven zonder beduidend te versnellen: de afnemende loongroei, de lage spaarquote, de beperkte inflatie van de huisvestingskosten en het lage aantal subsectoren waarin de prijzen stijgen. Bovendien zijn de inflatieverwachtingen grotendeels stabiel gebleven.
Een deel van de rentestijging in de VS is ook toe te schrijven aan het ruime aanbod obligatie-emissies van grote AI-bedrijven en aan de stijgende obligatierentes in andere delen van de wereld, zoals het VK, Europa en Japan, die vaak gevoeliger zijn voor de energieprijzen dan de VS of met andere specifieke uitdagingen kampen. Beleggers hebben de rentelat in de VS ook hoger gelegd omdat zij hun verwachtingen ten aanzien van de reële rente hebben bijgesteld nu de Amerikaanse economie zich verrassend weerbaar toont.
Onder invloed van al die factoren en de restrictievere toon van de Fed zijn de markten ook een fors snellere stijging van de rente gaan incalculeren. Begin oktober zaten in de koersen drie tot vier bijkomende renteverhogingen in de loop van volgend jaar verrekend – meer dan de een of twee die de Fed tegen eind 2027 zelf voorspelt. Dat betekent dat voor een nog verdere daling van de obligatiekoersen de renteverwachtingen al zouden moeten oplopen tot meer dan de bijna 5% beleidsrente die nu in de markt verrekend zit. Bovendien kan het hogere aanvangsrendement vandaag een stevige buffer vormen om negatieve koersbewegingen op te vangen, wat in de aanloop naar 2022, bij een historisch lage rente, hoegenaamd niet het geval was.