Belangrijke informatie

Deze website is uitsluitend bedoeld voor financiële tussenpersonen in België.

 

Als u een individuele belegger bent, klik dan hier, als u een institutionele belegger bent, klik dan hier. Als u informatie zoekt voor een andere locatie, klik dan hier.

 

Door te klikken, verklaart u dat u de informatie over wet- en regelgeving volledig hebt begrepen en hiermee instemt.

Kunstmatige intelligentie (AI) Zo herken je een AI-zeepbel

In de VS worden televisiekijkers de laatste tijd overspoeld met advertenties voor kunstmatige intelligentie, en dat geeft menigeen een déjà-vugevoel. In 2000 domineerden startende internetbedrijven de advertentiemarkt, in 2022 waren cryptovaluta alomtegenwoordig. Beide tuimelden kort daarna de afgrond in.

 

Dit jaar gaan de advertenties hand in hand met torenhoge investeringen, waarvoor bedrijven steeds vaker nieuwe schulden aangaan. Alphabet haalde meer dan 30 miljard USD op met uitgiften in verschillende valuta’s, waaronder de eerste honderdjarige obligatie sinds die van Motorola in 1997. Nu in AI-land het geld tegen de plinten klotst en de investeringen steeds hoger oplopen, rijst uiteraard de vraag of er geen zeepbel in de maak is. Dat is op het moment zelf echter notoir moeilijk in te schatten, en het is ook niet omdat een zeepbel barst, dat de onderliggende technologie op termijn de wereld niet kan veranderen.

 

Onze beleggingsteams monitoren dan ook de signalen van volatiliteit, maar blijven tegelijk uitkijken naar overtuigende mogelijkheden om op lange termijn in AI te beleggen. Zal het ditmaal anders lopen? De tijd zal het leren, maar wij houden alvast deze zes indicatoren in de gaten.

 

1. Opgeklopte beursintroducties

 

De verwachting is dat de beau monde van generatieve AI-bedrijven dit jaar met veel fanfare naar de beurs trekt. Onder meer Anthropic, ChatGPT-ontwikkelaar OpenAI en SpaceX, dat onlangs fuseerde met xAI, zouden die mogelijkheid onderzoeken.

 

“Een beursgang is een logische volgende stap die in de AI-boom tot nu toe ontbreekt,” aldus equity portfolio manager Chris Buchbinder. Niettemin wekt dat vooruitzicht niet alleen enthousiasme, maar ook bezorgdheid over de waarderingen, circulaire financiering en de vraag of al die bedrijven wel aan de verwachtingen van beleggers kunnen voldoen.

 

“Een van de factoren die de dotcomzeepbel van de jaren 1990 deed uitzetten en in stand hield, waren de steeds sneller groeiende omzetcijfers. De winst zou later wel komen,” legt Buchbinder uit. “AI-bedrijven die zich opmaken voor hun beursdebuut zijn daar het hedendaagse equivalent van. Wanneer zij uiteindelijk naar de beurs trekken en beleggers meer inzicht krijgen in hun financiële cijfers, zullen hoge groeicijfers waarschijnlijk worden beloond.”

Veel minder beursintroducties van AI-bedrijven dan op het hoogtepunt van de dotcomperiode

Waarde beursintroducties op jaarbasis als percentage van de Russell 3000 Index

Bronnen: Capital Group, FactSet, FTSE Russell, London Stock Exchange Group (LSEG), Dealogic, US Securities and Exchange Commission. De marktwaarde van beursintroducties is gemeten als de marktkapitalisatie bij het sluiten van de handel na de eerste handelsdag. De marktwaarde van beursintroducties op jaarbasis als aandeel van de totale Amerikaanse aandelenmarkt is berekend door de totale marktwaarde van beursintroducties op jaarbasis te delen door de marktkapitalisatie van de Russell 3000 aan het einde van het jaar. De in aanmerking genomen beursintroducties zijn exclusief ADR’s, commanditaire vennootschappen en trusts in natuurlijke hulpbronnen, fondsen met vast kapitaal, vastgoedbeleggingsfondsen, SPAC’s, banken en spaar- en kredietinstellingen, aanbiedingen van deelnemingsrechten, penny stocks met een aanbiedingsprijs van minder dan 5 USD per aandeel, en aandelen die niet noteren aan de Nasdaq of de NYSE. Per 31 december 2025.

Beleggers kijken met name reikhalzend uit naar de winstgroei bij OpenAI. Dat heeft toegezegd tegen 2031 voor 1,3 biljoen USD aan te kopen bij onder meer Oracle, CoreWeave, Microsoft, Amazon en NVIDIA. Daardoor fungeert OpenAI vandaag als barometer voor de groei in de hele AI-sector.

 

“Zolang de groei op peil blijft, raken OpenAI en andere prominente AI-bedrijven wellicht zonder veel problemen aan nieuwe financiering,” zegt Buchbinder. “Ooit zal de groei weliswaar vertragen, en dan wordt het moeilijker. Zover zijn we echter nog niet, we zitten nog maar in de beginfase van het gebruik en de commercialisering van AI.”

 

2. Groeien op krediet

 

Uit de honderdjarige obligaties van Alphabet blijkt dat grote AI-spelers steeds vaker hun toevlucht nemen tot geleend geld, ook al is het verre van zeker dat hun investeringen ooit commercieel zullen lonen. In 2025 werd 112% meer schuldpapier voor AI-investeringen uitgegeven dan het jaar voordien, en 2026 belooft een verdere toename.

 

Dat hoge uitgiftevolume haalt vandaag weliswaar de krantenkoppen, maar “het gaat om solide bedrijven die slechts een fractie van de markt voor investment-grade obligaties uitmaken, terwijl ze in de S&P 500 Index onnoemelijk veel zwaarder wegen,” zegt fixed income portfolio manager Damien McCann.

De meeste voortrekkers in de uitbouw van AI hebben een lage schuldgraad

Nettoschulden tegenover de EBITDA over de afgelopen twaalf maanden

Bronnen: Capital Group, FactSet, Standard & Poor’s, rapportage van bedrijven. De getoonde ondernemingen zijn louter illustratief en bedoeld als afspiegeling van de grootste bedrijven met directe betrokkenheid bij het AI-ecosysteem. De nettoschulden zijn de totale schulden inclusief operationele leaseverplichtingen op korte en lange termijn, verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten; de geldmiddelen en kasequivalenten zijn voor zowel NVIDIA als Alphabet groter dan de totale schulden. De EBITDA (winst vóór rente, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen) over de afgelopen twaalf maanden is de som van de EBITDA van de afgelopen vier kwartalen. De nettoschulden en EBITDA per kwartaal zijn verstrekt door FactSet op basis van de recentst gerapporteerde kwartaalcijfers per 31 december 2025. ‘Recentste uitgiften’ verwijst naar bijkomende uitgiften van schuldinstrumenten tussen 31 december 2025 en 10 februari 2026.

De meeste van deze bedrijven hebben vandaag een lage schuldgraad en geven schuldinstrumenten uit om kapitaalinvesteringen (capex) in AI te financieren, zodat hun kapitaalstructuur verbetert. “Met hun omvangrijke cashreserves en gezonde kasstromen zouden ze die projecten wellicht ook op eigen kracht kunnen financieren, zelfs rekening houdend met de toegenomen kapitaalinvesteringen,” legt McCann uit. “Dat beperkt het systemische risico naar mijn mening aanzienlijk.”

 

Daarin ziet McCann een groot verschil met het dotcomtijdperk. “Veel technologiebedrijven hadden eind de jaren 1990 een bescheiden of zelfs negatieve kasstroom en waren erg afhankelijk van aandelenuitgiften en speculatiever durfkapitaal,” zegt hij. “WorldCom stak zich bijvoorbeeld diep in de schulden en trok zijn schuldgraad aanzienlijk op om zijn glasvezelnet uit te bouwen, terwijl Pets.com enorme bedragen ophaalde hoewel helemaal niet zeker was of er wel vraag was.”

 

Een belangrijke kanttekening is volgens McCann dat heel wat van de recente investment-grade obligaties zijn uitgegeven door het moederbedrijf. Dat heeft verschillende voordelen, in de eerste plaats dat de waarde ervan gekoppeld is aan de kasstromen en waarde van de hele onderneming. Alphabet is bijvoorbeeld het moederbedrijf van Google, YouTube, Waymo, DeepMind en nog andere dochterondernemingen. “Dat onderscheid is belangrijk, want je leent niet aan een structuur die louter en alleen werd opgericht om investeringen in AI te financieren.”

 

Niettemin eisen obligatiebeleggers een hogere vergoeding van AI-spelers dan van andere bedrijven met een vergelijkbare rating. Die premie is toe te schrijven aan het grote uitgiftevolume, de wat hogere schuldgraad en de onzekerheid of de vraag naar AI in het huidige tempo zal blijven groeien.

 

3. Creatieve financiering

 

Wat beleggers eveneens zorgen baart, is dat AI-bedrijven zich laten financieren door hun eigen leveranciers. Daardoor ontstaat een financiële kringloop tussen steeds dezelfde bedrijven, van start-ups tot gevestigde reuzen, die elkaars producten afnemen en zo elkaars omzet opdrijven. Om een voorbeeld te geven: Amazon en Google hebben elk miljarden geïnvesteerd in Anthropic, een jonge ontwikkelaar van AI-systemen. In ruil ging Anthropic akkoord om Amazon Web Services en de producten en diensten van Google te gebruiken.

 

Dat soort circulaire afspraken zagen we ook in de jaren 90, toen Lucent Technologies start-ups die krap bij kas zaten, buitensporige leningen verstrekte zodat zij apparatuur van Lucent konden kopen. Uiteindelijk konden die klanten de rekening niet meer betalen en moest Lucent zijn omzetcijfers herzien en enorme bedragen afboeken.

 

Dat de techreuzen in de nabije toekomst met zo’n instortend kaartenhuisje geconfronteerd worden, acht McCann echter onwaarschijnlijk. “In tegenstelling tot Lucent lenen zij maar een klein deeltje van hun kasstromen uit,” zegt hij. “De meeste zijn financieel sterk genoeg om alternatieve pistes te kunnen volgen om hun expansieplannen te financieren, eventueel met behulp van regelingen die ze buiten hun balans kunnen houden of projectfinanciering.”

 

Zo heeft Meta een joint venture met Blue Owl Capital onder de naam Beignet Investor om in Louisiana een gigantisch datacenter te bouwen, ‘Hyperion’. Microsoft heeft kortlopende overeenkomsten gesloten met zogeheten ‘neocloud’-datacenteraanbieders, die worden beschouwd als operationele kosten in plaats van als langlopende kapitaalinvesteringen.

 

Algemeen wordt aangenomen dat de uitbouw van AI nog maar pas begonnen is, dus het komende jaar komen er wellicht meer van dat soort niet-traditionele constructies, in het bijzonder onderhandse obligatie-uitgiften. “Die kunnen soms wel interessant zijn, maar vereisen extra waakzaamheid van kandidaat-kredietverstrekkers, want ze zijn zo gestructureerd dat de financiële risico’s voor het moederbedrijf beperkt blijven,” legt McCann uit.

 

“Ik geloof absoluut dat AI onze economie kan transformeren, maar dat wil nog niet zeggen dat ik halsoverkop in dergelijke instrumenten zou beleggen. Daarvoor wil ik eerst de individuele structuur en de voorwaarden van het contract kennen, en evalueren hoeveel financiële steun de grote AI-spelers bieden.”

 

4. Overcapaciteit

 

‘Bouwen maar! De groei volgt wel,’ lijkt soms het motto. Begin de jaren 2000 besteedden telecombedrijven miljarden aan glasvezelnetwerken omdat ze dachten dat de vraag naar transmissiecapaciteit voor internetgegevens onuitputtelijk was. In werkelijkheid ontstond een overaanbod, met massale afschrijvingen op activa en verliezen voor beleggers tot gevolg.

 

Voor de Amerikaanse econoom Jared Franz is het “belangrijk voor ogen te houden dat overinvesteringen geen ongelukkig toeval zijn, maar een wezenlijk kenmerk van elke grote technologische doorbraak.” Vroeg of laat krijgen de betrokken bedrijven wel meer aandacht voor de efficiëntie van hun investeringen.

 

Vandaag zijn de grote spelers ervan overtuigd dat meer datacenters bouwen noodzakelijk is om AI productierijp te maken – lees: om generatieve AI-modellen te kunnen inzetten voor dagelijks gebruik. Franz stelt dat de infrastructuur nodig is om meer data te kunnen verwerken om AI-modellen te trainen en commercieel te exploiteren, waarvoor de klok rond betrouwbare rekenkracht beschikbaar moet zijn om gebruikers ogenblikkelijk te kunnen bedienen. "Als je uitgaat van de behoefte aan verwerkingscapaciteit, dan moet eerst de fysieke infrastructuur gebouwd worden vóór die kan worden gevuld met grafische processors (GPU’s), netwerkapparatuur en opslagcapaciteit om de volgende generatie grote taalmodellen te draaien."

 

Daarom volgen beleggers de prestaties van nieuwe AI-modellen en hun evolutie met argusogen, voegt hij eraan toe. Vlakt de vooruitgang af, dan kan dat erop wijzen dat de vraag naar AI minder snel zal toenemen dan de uitgaven. Franz heeft er echter vertrouwen in dat als de vraag niet zo snel opschaalt als gedacht, de verwerkingscapaciteit die de komende twee jaar wordt opgericht voor andere bedrijven kan worden aangewend. “Er zullen altijd bedrijven zijn die meer rekenkracht nodig hebben, ook als de vraag naar AI vertraagt.”

 

5. Schaarse grondstoffen

 

De beschikbaarheid van elektriciteit blijkt de laatste tijd een dringend probleem dat het groeipotentieel van AI kan afremmen, zegt fixed income analyst Julian James. Datacenters hebben massa’s geheugencapaciteit, elektriciteit, computerchips, koper en water nodig. Als de toevoer daarvan stokt, kan de uitbouw van de infrastructuur in het gedrang komen, waardoor de kapitaalinvesteringen van AI-bedrijven vertraging oplopen en de ontwikkeling minder snel gaat dan verhoopt.

 

“Toen ik eind 2025 met CEO’s uit de nutssector sprak, zeiden velen mij dat de beschikbaarheid van elektriciteit en de lange wachttijd alvorens een datacenter op het elektriciteitsnet kan worden aangesloten de grootste rem zetten op de uitbreiding die nodig is voor de groei van AI,” zegt hij. “Het grootste knelpunt is een tekort aan gekwalificeerde werknemers om nieuwe elektriciteitscentrales te bouwen en transmissielijnen aan te leggen om nieuwe datacenters op het net aan te sluiten.”

De groei van datacenters zal de elektriciteitsvraag doen exploderen

Geraamde elektriciteitsvraag van datacenters wereldwijd (in gigawatt)

Bronnen: Capital Group, Gartner, IDC, McKinsey & Company, NVIDIA. ‘Dataverwerking voor AI’ verwijst naar de verwerking van grote hoeveelheden data voor de ontwikkeling, training en uitrol van AI-modellen, die veel hulpbronnen verbruikt. Ramingen per april 2025.

Tot eind 2028 of 2029 lijkt de VS voldoende elektriciteit op overschot te hebben om aan de groeiende vraag te voldoen. Tenzij de hoeveelheid opgewekte stroom sterk toeneemt, kan daarna de groei van datacenters beginnen te vertragen, legt James uit.

 

De verouderende infrastructuur en stijgende vraag hebben nutsbedrijven er al toe aangezet meer te investeren in hun elektriciteitsnet. “De totale kapitaalinvesteringen van nutsbedrijven stijgen van zowat 130 miljard USD tot 135 miljard USD in 2020 naar om en bij de 200 miljard USD, waarvan tot wel 20% verband houdt met AI,” zegt James. Aangezien nutsbedrijven hun investment-grade rating willen behouden, zullen vele volgens hem hun investeringen financieren door aandelen of hybride financieringsinstrumenten uit te geven.

 

6. Lagere economische groei

 

Om in te schatten of er een AI-zeepbel in de maak is, moeten we weten in welke fase van de economische cyclus we ons bevinden, aldus Franz. Een vergevorderde cyclus gaat typisch gepaard met een langdurige stijging van de inflatie, de rente en de lonen en met andere omstandigheden die de Federal Reserve ertoe aanzetten het monetaire beleid te verkrappen.

 

Volgens Franz bevindt de Amerikaanse economie zich momenteel in het midden van de cyclus, een fase waarin ze doorgaans goed standhoudt. Hij verwacht dat de productiviteitsgroei in de VS op lange termijn toeneemt tot 3% à 4%, waardoor de loongroei hoog kan blijven, wat de bredere economische groei ondersteunt.

 

“De kans bestaat natuurlijk altijd dat andere externe schokken aan AI gerelateerde aandelen doen kelderen,” merkt Franz op, zoals doorbraken waardoor het fors goedkoper wordt om AI-modellen te trainen of beleggers die het niet meer zien zitten om datacenters te financieren. “Ik denk echter dat we in de beginfase van de uitbouw van AI-technologie zitten, waarin de vraag groter blijft dan het aanbod.”

 

Op termijn zal de strijd om hét dominante AI-model te worden winnaars en verliezers kennen, maar de grote technologiebedrijven genereren vandaag zoveel winsten en vrije kasstromen dat een plotse implosie zoals ten tijde van de dotcomzeepbel minder waarschijnlijk lijkt. “Een cyclus zal altijd gepaard gaan met enige mate van overdrijving en vlagen van volatiliteit zijn onvermijdelijk, maar deze cyclus lijkt nog niet op zijn laatste benen te lopen,” besluit hij.

Chris Buchbinder is equity portfolio manager en heeft 30 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij heeft een bachelor in Economics & International Relations van Brown University.

Damien McCann is fixed income portfolio manager met 26 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij heeft een bachelor in de bedrijfskunde met specialisatie in financieel beheer van California State University, Northridge. Hij is tevens gekwalificeerd als Chartered Financial Analyst®.

Jared Franz is econoom en heeft 20 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij behaalde een doctoraat in de economie aan de University of Illinois in Chicago en een bachelor in de wiskunde aan Northwestern University.

Julian James is fixed income investment analyst verantwoordelijk voor het onderzoek naar investment-grade nutsbedrijven in de VS. Hij heeft 16 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij heeft een bachelor in de politieke wetenschappen van de University of Georgia.

Resultaten uit het verleden zijn niet indicatief voor de toekomst. Het is niet mogelijk om direct te beleggen in een index, die niet wordt beheerd. De waarde van de beleggingen en de inkomsten daaruit kunnen zowel stijgen als dalen en u kunt uw belegde vermogen geheel of gedeeltelijk verliezen. Deze informatie is niet bedoeld als beleggings-, fiscaal of ander advies, noch als een aansporing tot het kopen of verkopen van effecten.
 
Verklaringen die worden toegeschreven aan een persoon verwoorden de mening van die persoon op het moment van publicatie en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de mening van Capital Group of haar dochterondernemingen. Alle informatie is per de aangegeven datum, tenzij anders vermeld. Sommige informatie kan van derden afkomstig zijn en als zodanig kan de betrouwbaarheid van die informatie kan niet worden gegarandeerd.
 
Capital Group heeft vermogensbeheer ondergebracht bij drie beleggingsteams. Deze teams nemen onafhankelijk van elkaar beslissingen over beleggingen en stemvolmachten. Onze fixed-income specialisten doen voor de hele Capital-organisatie onderzoek naar vastrentende producten en beleggen daarin. Voor aandelen handelen ze echter uitsluitend namens een van de drie equity-beleggingsteams.