Belangrijke informatie

Deze website is uitsluitend bedoeld voor financiële tussenpersonen in België.

 

Als u een individuele belegger bent, klik dan hier, als u een institutionele belegger bent, klik dan hier. Als u informatie zoekt voor een andere locatie, klik dan hier.

 

Door te klikken, verklaart u dat u de informatie over wet- en regelgeving volledig hebt begrepen en hiermee instemt.

Internationale betrekkingen Hoe de Iran-oorlog de economische vooruitzichten verandert

De Iran-oorlog zorgt voor een nieuwe dosis onzekerheid in de wereldeconomie: de vrees wordt weer aangewakkerd dat hoge olieprijzen de inflatie doen oplaaien, de consumentenbestedingen onder druk zetten en op de economische groei wegen.

 

De voorbije dagen gingen de prijzen voor ruwe Brent-olie en WTI-olie (West Texas Intermediate) op en neer, waarbij ze een piek van bijna 120 USD per vat bereikten toen de oorlog in het Midden-Oosten escaleerde, om daarna snel terug te vallen tot minder dan 100 USD. Op 10 maart bedroeg de wereldwijde Brent-prijs 91,74 USD per vat, ongeveer 26% meer dan vóór de Amerikaanse aanvallen op Iran.

 

Ongeveer een vijfde van het wereldwijde olietransport passeert langs de Straat van Hormuz nabij Iran, en elke verstoring daar heeft dan ook snel effect op de brandstofprijzen. Zelfs in de Verenigde Staten, de grootste olieproducent ter wereld, is de benzineprijs aan de pomp 20% omhooggeschoten sinds de VS en Israël Iran op 28 februari aanvielen.

 

“Consumenten reageren snel op hogere energieprijzen, vaak door hun spaargeld aan te spreken en hun benzineverbruik terug te dringen”, zegt de Amerikaanse econoom Jared Franz. Als de olieprijs tot eind 2026 rond 85 USD per vat blijft schommelen, schat hij dat de koopkracht van de Amerikanen met zo’n 0,6% zou kunnen dalen.

 

“Dat kan hard aankomen bij de consumenten, maar het bbp van de VS zou dit jaar nog steeds met 2,8% kunnen groeien, terwijl de werkloosheid stabiel blijft tussen 4% tot 4,5%”, aldus Franz. “Ook de wereldeconomie zou blijk kunnen geven van een dergelijke veerkracht, met een groei van om en bij de 2,8%. Maar dat scenario kan in het gedrang komen als de oorlog blijft aanslepen.”

Sinds de jaren 90 zijn er geregeld olieschokken geweest

Dagprijs ruwe Brent-olie (USD per vat)

Bronnen: Capital Group, Bloomberg. De cijfers geven de dagelijkse afrekeningsprijzen tussen 1 januari 1990 en 10 maart 2026. De datums van de gebeurtenissen zijn afgestemd op de dichtstbijzijnde waarneembare marktprijs. Als een gebeurtenis op een niet-handelsdag valt, wordt de voorafgaande handelsdag als begindatum gebruikt.

Hoelang zal de oorlog duren?

 

Volgens politiek econoom Talha Khan zal de ontwikkeling van twee concurrerende tijdlijnen bepalen hoelang de oorlog duurt. Khan legt uit hoe het conflict zich volgens twee tijdlijnen zal afspelen. De eerste is de operationele tijdlijn, die regelt hoelang de militaire operaties kunnen worden volgehouden, en de tweede is de politieke tijdlijn, die aangeeft hoelang regeringen bereid – of in staat – zijn om escalatie te tolereren.

 

Eerste tijdlijn: de militaire operaties kunnen lang aanslepen

 

De operationele tijdlijn wordt bepaald door de volgehouden militaire slagkracht, waaronder de raketvoorraden en de logistieke veerkracht. In dat scenario “wijzen de huidige patronen erop dat beide partijen zich op een langdurig conflict hebben voorbereid”, zegt Khan.

 

De gelaagde raketstrategie van Iran is eerder gericht op een uitputtingsslag dan op een onmiddellijk schokeffect. Israël en de VS focussen van hun kant op het in meerdere stappen uitschakelen van capaciteit, in plaats van op een korte bestraffende aanval.

 

De Amerikaanse en Israëlische aanvallen zijn een uitputtingsfase ingegaan, die wordt gekenmerkt door aanhoudende gevechten in plaats van een snelle afwikkeling van het conflict”, aldus Khan. “Ze hebben vele operationele successen geboekt, maar daarom is het nog geen strategisch succes.”

 

Tweede tijdlijn: in de VS dringt de tijd op politiek vlak

 

De politieke tijdlijn verschilt sterk van land tot land. Iran lijkt de hoogste pijngrens te hebben, hoewel het land volgens Khan operationeel minder sterk staat. “Het regime bekijkt het conflict door een existentiële bril: een capitulatie volgens voorwaarden opgelegd door de vijanden zou zijn ideologische fundamenten en strategische langetermijndoelstellingen ondermijnen.”

 

De Verenigde Staten hebben een veel kortere politieke tijdlijn, want van president Trump is geweten dat hij weinig geduld heeft met langdurige oorlogen. “Binnenlandse politiek, marktgevoeligheid, budgettaire overwegingen en tegengestelde wereldwijde verplichtingen zijn factoren die een onbeperkte escalatie in de tijd tegenwerken”, voegt Khan eraan toe.

 

“De Golfstaten hebben dan weer de laagste tolerantiedrempel. Ze hebben deze oorlog niet gewild en toch ondervinden ze er de onmiddellijke gevolgen van door hun energie-infrastructuur, scheepvaartroutes en kapitaalmarkten.”

 

“Er is dus wellicht nog ruimte om de militaire campagne voort te zetten, maar het politieke geduld kan sneller opraken. Wanneer de politieke en de militaire tijdlijn uit elkaar lopen, neemt het risico op misrekeningen of plotse escalatie doorgaans toe, wat de economische onzekerheid alleen maar vergroot.”

De aandelenmarkten in de VS herstelden vaak van geopolitieke verstoringen van de olieaanvoer

Een staafdiagram toont de gemiddelde procentuele verandering in de S&P 500 Index na zeven geopolitiek-gerelateerde verstoringen van de olieaanvoer tussen 1990 en 2024 over verschillende tijdshorizonten. In deze periodes zijn de gemiddelde rendementen licht negatief na twee dagen en twee weken, gematigd positief na twee maanden, stijgen ze tot ongeveer 12% na één jaar en tot zo’n 32% na twee jaar volgend op de verstoring van het aanbod.

Bronnen: Capital Group, Bloomberg, Standard & Poor's. Specifieke geopolitieke gebeurtenissen die worden weerspiegeld in de gemiddelde rendementscijfers zijn onder meer: Eerste Golfoorlog (augustus 1990), tweede Golfoorlog (maart 2003), verstoringen van leveringen vanuit de Nigerdelta (februari 2006), Arabische Lente en Libische burgeroorlog (februari 2011), risico op afsluiting van Straat van Hormuz en sancties tegen Iran (december 2011), droneaanval op Saoedische olie-installaties (september 2019), Russische invasie van Oekraïne (februari 2022). De datums van de gebeurtenissen zijn afgestemd op de dichtstbijzijnde waarneembare marktprijs ("T"). Als een verstoring zich op een niet-handelsdag voordoet, wordt de voorafgaande handelsdag als begindatum gebruikt. Rendementen voor een bepaalde horizon worden gemeten aan de hand van de eerste beschikbare handelsdag op of na de aangegeven horizon (bv. "T+2 dagen"). In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. De cijfers geven totale rendementen weer. Per 10 maart 2026.

Risico’s van een langdurige oorlog

 

Hoe langer de oorlog aanhoudt, hoe hoger de kosten zullen oplopen. “De Straat van Hormuz is een belangrijke doorvoerroute, niet alleen voor olie en vloeibaar aardgas, maar ook voor petrochemische producten die worden gebruikt in de toeleveringsketens voor kunstmest, de scheepvaart, chemicaliën, de mijnbouw en de maakindustrie”, legt Khan uit. Steden in de regio zoals Dubai en Doha zijn niet alleen energieleveranciers maar fungeren ook als wereldwijde knooppunten voor kapitaalstromen, luchtverkeer en commercieel vrachtvervoer.”

 

Een uitbreiding van het conflict zou een klassieke risk-off-reactie teweegbrengen: hogere olieprijzen, lagere aandelenkoersen, een sterkere Amerikaanse dollar, bredere kredietspreads, en een rally in staatsobligaties omdat beleggers op zoek gaan naar veiligheid. “In een extremer scenario, waarbij de olieprijzen zo sterk stijgen dat de vraag aanzienlijk wordt afgeremd, kan de dynamiek omslaan in stagflatie, met hogere inflatie op korte termijn, gevolgd door een zwakkere groei”, voegt Khan eraan toe.

 

Europa is een van de meest kwetsbare ontwikkelde economieën omdat het structureel afhankelijk blijft van geïmporteerde energie. Een aanhoudende stijging van de olieprijzen zou de algemene inflatie relatief snel aanwakkeren en het beleidstraject van de Europese Centrale Bank bemoeilijken, vooral als de groei aan de lage kant blijft. Ook Japan is bijzonder kwetsbaar door zijn afhankelijkheid van geïmporteerde energie en het belang van wisselkoersen.

 

“In de VS zou een olieprijs van 120 USD per vat volstaan om de bbp-groei met 1,5 procentpunt te verlagen tot ongeveer 1% of minder”, zegt Franz. “Dat zou wellicht ook tot een wereldwijde energiegerelateerde recessie leiden.”

 

Voorlopig geen onoverkomelijke schok

 

Het Iran-conflict vertegenwoordigt een groot maar nog steeds beheersbaar risico voor de wereldeconomie, zolang het zich niet aanzienlijk uitbreidt of te lang duurt, merkt Franz op. “Door de naderende midtermverkiezingen in de VS en de neerwaartse risico’s voor de economie wil president Trump misschien sneller een eind maken aan de oorlog.”

 

Het resultaat zal niet overal ter wereld hetzelfde zijn, meent Khan. Sommige economieën, zoals de Verenigde Staten en delen van Latijns-Amerika, zijn vrij goed afgeschermd door hun binnenlandse energieproductie. Andere, zoals Europa, Japan en een groot deel van Azië, zijn kwetsbaarder voor aanhoudende prijsstijgingen en verstoringen van de toeleveringsketen.

 

“Waar het uiteindelijk om draait, is hoelang het conflict nog militair en politiek wordt voortgezet. Als de politieke tijdlijn een vroegere stopzetting afdwingt, blijft de economische schade mogelijk beperkt”, zegt Khan. “Zo niet moeten beleggers zich voorbereiden op een periode van hogere energieprijzen, tragere groei en aanhoudende volatiliteit.”

Talha Khan is verantwoordelijk voor het behandelen van de eurozone en bredere geopolitieke kwesties. Hij heeft 13 jaar ervaring in de beleggingssector, allemaal bij Capital Group. Talha begon zijn carrière bij Capital als deelnemer aan The Associates Program, een tweejarige reeks werkopdrachten op verschillende gebieden van de organisatie. Hij heeft een masterdiploma in internationale politieke economie van de London School of Economics and Political Science (LSE) en een bachelordiploma in economie en politieke wetenschappen van Macalester College in St. Paul, Minnesota. Talha is gevestigd in Londen.

Jared Franz is econoom en heeft 20 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij behaalde een doctoraat in de economie aan de University of Illinois in Chicago en een bachelor in de wiskunde aan Northwestern University.

Jayme Colosimo is investment director voor Capital Strategy Research & ESG bij Capital Group, de thuisbasis van American Funds. Ze heeft 24 jaar ervaring in de beleggingsbranche en werkt nu twee jaar voor Capital Group. Voordat Jayme bij Capital kwam, was ze global head of ESG en head of business advisory services, North America bij Citi Global Markets. Daarvoor werkte ze als econoom bij de Central Intelligence Agency. Ze heeft een MBA en een bachelor in International Business van Westminster College. Ze is tevens lid van de Association of Environmental and Resource Economists en de Economics of National Security Association. De standplaats van Jayme is New York.

Resultaten uit het verleden zijn niet indicatief voor de toekomst. Het is niet mogelijk om direct te beleggen in een index, die niet wordt beheerd. De waarde van de beleggingen en de inkomsten daaruit kunnen zowel stijgen als dalen en u kunt uw belegde vermogen geheel of gedeeltelijk verliezen. Deze informatie is niet bedoeld als beleggings-, fiscaal of ander advies, noch als een aansporing tot het kopen of verkopen van effecten.
 
Verklaringen die worden toegeschreven aan een persoon verwoorden de mening van die persoon op het moment van publicatie en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de mening van Capital Group of haar dochterondernemingen. Alle informatie is per de aangegeven datum, tenzij anders vermeld. Sommige informatie kan van derden afkomstig zijn en als zodanig kan de betrouwbaarheid van die informatie kan niet worden gegarandeerd.
 
Capital Group heeft vermogensbeheer ondergebracht bij drie beleggingsteams. Deze teams nemen onafhankelijk van elkaar beslissingen over beleggingen en stemvolmachten. Onze fixed-income specialisten doen voor de hele Capital-organisatie onderzoek naar vastrentende producten en beleggen daarin. Voor aandelen handelen ze echter uitsluitend namens een van de drie equity-beleggingsteams.