De wereldwijde machtsverhoudingen zijn fundamenteel aan het veranderen. Er is weer strategische rivaliteit, de eigen belangen staan opnieuw voorop en de instellingen die werden opgericht om tot meer internationale samenwerking te komen, hebben het duidelijk moeilijk. Dat is niet in één klap gebeurd. De druk op het systeem is sinds de wereldwijde financiële crisis geleidelijk aan toegenomen, maar de impact ervan op de markten is inmiddels nog moeilijk te ontkennen. Voor beleggers betekent dit een meer versnipperde wereld waar beleid de toon zet, resultaten ongelijker en minder voorspelbaar zijn en veerkracht er meer dan ooit toe doet.
Een structurele transitie, geen abrupte ommekeer
Wereldordes vertonen doorgaans een vertrouwd patroon van stabiliteit, geleidelijke verzwakking, crisis en heropleving. Ook het systeem van na de Koude Oorlog volgde dit traject, niet via één beslissende breuk, maar via een structurele verschuiving die nog werd aangewakkerd door een reeks schokgolven. De toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 2001 versnelde de wereldwijde integratie. Dit hield duidelijk voordelen in, maar leidde ook tot langere toeleveringsketens en banenverlies, en deed regeringen vraagtekens plaatsen bij hun afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers voor essentiële goederen en technologieën. Latere gebeurtenissen – gaande van toenemende niet-statelijke dreigingen tot de acties van Rusland in Oekraïne – holden het vertrouwen in de liberale wereldorde verder uit en maakten dat organisaties zoals de Verenigde Naties en de WTO minder goed in staat waren om bij crisissen een coördinerende rol te spelen.
Waar staan we nu?
De meest recente transitie komt op drie belangrijke manieren tot uiting.
1. De instellingen die werden opgericht om grensoverschrijdende uitdagingen aan te pakken, zien hun positie verzwakken naarmate overheden vooral op de eigen werkgelegenheid, veiligheid en veerkracht focussen en steeds vaker binnen kleinere coalities werken in plaats van op basis van wereldwijde afspraken.
2. De wedijver tussen landen wordt steeds meer op het economische toneel uitgespeeld, waarbij invoerheffingen, sancties, exportcontroles en invoerbeperkingen worden ingezet om resultaten te beïnvloeden. Controle over de netwerken waarlangs goederen, geld en technologie worden vervoerd, geven landen een reëel drukmiddel in handen.
3. De macht verspreidt zich, niet naar een nieuw centrum, maar over meerdere regionale blokken, naarmate landen hun toeleveringsketens, betaalsystemen en transportroutes diversifiëren om minder afhankelijk te worden van een enkel systeem.
Hoe de grootmachten zich herpositioneren
Landen reageren op verschillende manieren op deze onderliggende verschuiving. De VS en China blijven de twee centrale spelers op de wereldmarkt, waarbij beleidslijnen, toeleveringsketens en technologische concurrentie bepalend zijn voor de resultaten. Rusland en de Golfstaten hebben de neiging om schokgolven teweeg te brengen via energie, grondstoffen en geopolitieke spanningen. De EU, Japan en India worden meer aangestuurd door lokaal beleid, hervormingen en regionale groei. In plaats van gewoon in kaart te brengen wie wat doet, is het nuttiger om te begrijpen wat elke speler wil bereiken, op welke manier en waar de knelpunten liggen.
Wat dit betekent voor beleggers
Er zijn drie grote gevolgen.
1. Geopolitieke risico’s zijn niet langer van voorbijgaande aard; de voornaamste variabele is nu de duur ervan, en vanuit historisch oogpunt zijn markten beter in staat om de eerste schok dan aanhoudende spanningen in te prijzen.
2. Veeleer dan in de leveringen op zich liggen de risico’s in toenemende mate in de flessenhalzen. Beleggers moeten dus verder kijken dan vraag en aanbod om inzicht te krijgen in de afhankelijkheid van kritieke routes, infrastructuurknooppunten, leveranciers en financiering.
3. Beleidsverschillen leiden tot een grotere spreiding van de rendementen. De selectie van landen en sectoren wordt dan ook belangrijker, aangezien bedrijven waarvan de activiteiten aansluiten bij de nationale prioriteiten daar wel bij varen, terwijl bedrijven die afhankelijk zijn van de goedkoopste wereldwijde toeleveringsketens kwetsbaarder zijn.