Belangrijke informatie

Deze website is uitsluitend bedoeld voor financiële tussenpersonen in België.

 

Als u een individuele belegger bent, klik dan hier, als u een institutionele belegger bent, klik dan hier. Als u informatie zoekt voor een andere locatie, klik dan hier.

 

Door te klikken, verklaart u dat u de informatie over wet- en regelgeving volledig hebt begrepen en hiermee instemt.

Vooruitzichten Macro-economische vooruitzichten: groei hangt af van Iran-oorlog, uitrol van AI

De wereldwijde economische groei komt onder druk te staan door de Iran-oorlog, de stijgende olieprijzen en de voortdurende handelsgeschillen, maar één krachtige factor maakt dit alles ruimschoots goed: de investeringsuitgaven in verband met AI.

 

Artificiële intelligentie kent zo'n explosieve groei dat zelfs bij een krimp van de activiteit in alle andere sectoren de globale economische groei positief zou kunnen blijven, vooral in de Verenigde Staten, zegt Darrell Spence, econoom bij Capital Group.

 

"Over de vooruitzichten voor de Amerikaanse groei was ik vrij voorzichtig," aldus Spence, "maar het bbp zou alsnog aanzienlijk hoger kunnen uitkomen dan verwacht, namelijk wel 2,5% of meer. Zo groot is de bijdrage van de AI-wapenwedloop aan de globale economische groei."

Iran-oorlog en AI werken in tegengestelde richting in op de wereldeconomie

Een tabel met een vergelijking tussen de consensusprognoses en de visies van Capital Strategy Research (CSR) voor zes gebieden: wereldwijde groei, Amerikaanse economie, Europese economie, Fed-beleid, Amerikaanse inflatie en valuta. De consensus verwacht een gematigde groei en inflatie en een zwakkere dollar. De visies van CSR lopen grotendeels gelijk met de consensus, met gemengde vooruitzichten voor de VS, een sterker Europa en hogere inflatie en een behoedzaam Fed-beleid.

Bronnen: Capital Group, Bloomberg. Per 31 mei 2026. De consensuscijfers zijn gebaseerd op de gemiddelde consensusschattingen van Bloomberg voor de wijziging in de Amerikaanse CPI in 2026 ('Amerikaanse inflatie') en de bbp-groei op jaarbasis in 2026 voor de wereld ('wereldwijde groei'), de Verenigde Staten ('Amerikaanse economie') en de Europese Unie ('Europese economie'). De consensuscijfers voor 'Fed-beleid' zijn gebaseerd op het geïmpliceerde bereik van de beleidsrente op basis van de futuresprijzen voor december 2026. Het consensuscijfer 'valuta' is gebaseerd op de futuresprijzen voor de DXY tot eind december 2026. De visies van individuele portefeuillebeheerders en analisten kunnen afwijken van die van Capital Strategy Research (CSR). Stagflatie: economisch klimaat dat tegelijkertijd wordt gekenmerkt door hoge inflatie, trage economische groei (bbp) en hoge werkloosheid. ECB: Europese Centrale Bank. BoE: Bank of England. DXY: US Dollar Index.

Voor de VS en de rest van de wereld hangt er veel af van de duur en de ernst van de Iran-oorlog, de toenemende inflatiedruk, de steeds zwakkere consumentenfundamentals en de vraag of de AI-boom stevig doorgaat of uitdooft.

 

"Bij het getouwtrek tussen deze wereldwijde economische krachten zou het weleens even kunnen duren vooraleer er een duidelijke winnaar uit de bus komt", zegt Spence. Daarnaast is economische groei die slechts te danken is aan één subsector van de economie niet noodzakelijk gezond.

 

Elders staat Europa vóór het einde van het jaar een stagflatieschok te wachten door de druk die de hogere energieprijzen uitoefenen op de activiteit, zegt Beth Beckett, econoom bij Capital Group. "Ik verwacht wel dat de schok veel minder groot zal zijn dan in 2022, deels dankzij de sterkere maakindustrie en het soepelere begrotingsbeleid in Duitsland."

 

De hogere defensie-uitgaven in Europa hebben lokale bedrijven uit de luchtvaart en defensie al een aanzienlijke boost gegeven, en die trend houdt allicht aan aangezien het wereldtoneel in toenemende mate door geopolitieke conflicten wordt bepaald.

 

In Azië zullen de zwakke woningmarkt en de afnemende wereldwijde handel wellicht druk uitoefenen op de economie van China, en Japan blijft lijden onder het conflict in het Midden-Oosten dat de export ondermijnt. Beide landen kampen door de Iran-oorlog met een energiecrisis. Zolang de Straat van Hormuz volledig of gedeeltelijk dicht blijft, zouden de beperkte olievoorraden de economische groei verder kunnen belemmeren, vooral nadat de strategische reserves zijn uitgeput. Vóór de oorlog was China veruit de grootste koper van Iraanse olie.

 

Een olieschok is een risico, maar geen onbekend terrein

 

De Iran-oorlog maakt het maar weer eens duidelijk dat de wereld nog steeds op olie draait. Als de bevoorrading bedreigd wordt, treffen de hogere olieprijzen al snel bedrijven, consumenten en wereldwijde markten.

 

Ongeveer een vijfde van de wereldwijde olieaanvoer passeert langs de Straat van Hormuz voor de kust van Iran, en elke verstoring daar heeft dan ook bijna onmiddellijk een effect op de brandstofprijzen. Zelfs in de Verenigde Staten, de grootste olieproducent ter wereld, is de benzineprijs aan de pomp sinds het begin van de oorlog bijna 53% omhooggeschoten.

 

"Dit zijn zeer reële economische risico's, en hoe langer de oorlog aansleept, hoe hoger de kosten zullen oplopen", zegt equity portfolio manager Paul Benjamin. "Een langdurig conflict zou kunnen leiden tot zwakkere aandelenmarkten, een sterkere Amerikaanse dollar en bredere kredietspreads."

 

Het goede nieuws is dat de aandelenmarkten zich de afgelopen twintig jaar over het algemeen van geopolitieke schokken wisten te herstellen, omdat de verstoringen van de fysieke bevoorrading beperkt bleven. Sinds de eerste Golfoorlog in de jaren 90 tot de Russische invasie van Oekraïne in 2022 zijn er zeven olieschokken geweest. Aandelen daalden gemiddeld 1% twee weken na de schok, stegen vervolgens een maand later 1,4%, een jaar later 12% en 32,3% over de twee jaar daarna. Laat ons ook niet vergeten dat de markten toekomstgericht zijn en misschien al anticiperen op een oplossing van de huidige crisis.

Oorlogen veroorzaken hogere olieprijzen, maar aandelen herstellen doorgaans relatief snel

Een grafiek met punten en bereiken toont de rendementen van de S&P 500 Index na geopolitiek ingegeven verstoringen in de olieaanvoer tussen 1990 en 2024 voor verschillende termijnen. De gemiddelde rendementen zijn licht negatief na twee dagen en twee weken, gematigd positief na twee maanden, vertonen een stijging tot ongeveer 12% na één jaar en tot zo’n 32% na twee jaar. De ingekleurde bereiken geven ruime verschillen aan tussen individuele gebeurtenissen, waarbij de dispersie afneemt en de rendementen stijgen

Bronnen: Capital Group, Bloomberg, S&P Global. Geopolitieke schokken: Golfoorlog (augustus 1990), tweede Golfoorlog (maart 2003), verstoringen van leveringen vanuit de Nigerdelta (februari 2006), Arabische Lente en Libische burgeroorlog (februari 2011), risico op afsluiting Straat van Hormuz en sancties tegen Iran (december 2011), droneaanval op Saoedische installaties (september 2019), Russische invasie van Oekraïne (februari 2022). De datums van de gebeurtenissen zijn afgestemd op de dichtstbijzijnde waarneembare marktprijs ('T'). Als een verstoring zich op een niet-handelsdag voordoet, wordt de voorafgaande handelsdag als begindatum gebruikt. Rendementen voor een bepaalde horizon worden gemeten aan de hand van de eerste beschikbare handelsdag op of na de aangegeven horizon (bv. 'T+2 dagen'). De cijfers geven totale rendementen weer. Per 31 mei 2026. 

De rentevooruitzichten zijn in het beste geval onduidelijk

 

Op 16 en 17 juni staan er belangrijke Fed-vergaderingen op de agenda, en alle ogen zijn dan ook gericht op de nieuwe Fed-voorzitter Kevin Warsh voor aanwijzingen over het toekomstige rentepad. President Trump heeft in Meet the Press op NBC zijn standpunt al kenbaar gemaakt: "Er is geen reden om de rente te verhogen." Die verklaring kwam er na een sterk banenrapport in de VS, waardoor er steeds meer gespeculeerd werd dat de Fed de rente vóór het einde van het jaar zou verhogen.

 

De data over de Amerikaanse arbeidsmarkt kunnen inderdaad allesbepalend zijn voor wat de Fed vervolgens beslist, zelfs als de inflatie door de oorlog verder oploopt. Leden van de Fed hebben de afgelopen maanden aangegeven dat het mogelijk belangrijker is om de arbeidsmarkt te ondersteunen dan de inflatie te bestrijden.

 

De inflatie is fors gestegen. In mei noteerde de Amerikaanse Consumer Price Index 4,2% hoger, de grootste stijging sinds april 2023. Dat was vooral toe te schrijven aan de energiekosten, die 23,5% hoger liggen dan een jaar geleden.

 

De arbeidsmarkten zijn zwakker dan enkele jaren geleden, maar blijven over het geheel genomen standhouden, aldus Chitrang Purani, fixed income manager bij Capital Group. "Door de oorlog blijft de inflatie boven het 2%-streefdoel van de Fed en kan ze druk uitoefenen op de bedrijfsinvesteringen buiten de AI-sector en op de consumentenvraag. Die combinatie vergroot het risico dat de groei nog sterker vertraagt."

 

Purani is van oordeel dat beleidsmakers geduld zullen blijven oefenen: "De arbeidsmarkt is vooralsnog stabiel, want tegenover de tragere banengroei staat immers een minder snelle toename van de actieve beroepsbevolking. Maar als dat evenwicht verschuift naar een steeds hogere werkloosheidsgraad, zal de Fed allicht minder oog hebben voor de inflatierisico's op korte termijn."

Door de minder krappe Amerikaanse arbeidsmarkt heeft de Fed ruimte om de rente te verlagen

Een lijngrafiek met een vergelijking van het streefdoel voor de beleidsrente en de door de markt geïmpliceerde toekomstige rente. De werkelijke rente stijgt fors vanaf 2022 en bereikt een piek in 2023 alvorens weer te dalen. Het verwachte parcours tot eind januari 2028 toont dan weer dat de verwachtingen aanvankelijk dalen, maar in de loop van de tijd vervolgens opwaarts worden bijgesteld, wat wijst op een hogere verwachte beleidsrente dan eerder.

Bronnen: Capital Group, Bloomberg, Amerikaanse Federal Reserve. Streefdoel beleidsrente VS vertegenwoordigt de bovenlimiet van het streefbereik van het Federal Open Markets Committee (FOMC) voor dagkredieten tussen Amerikaanse banken. Per 31 mei 2026.

Amerikaanse midtermverkiezingen: volatiele aandelenmarkten, gevolgd door herstel

 

Er is op het wereldtoneel van alles gaande en daardoor zijn beleggers misschien nog niet echt in de ban van de Amerikaanse midterms. Maar deze beslissende wedstrijd wordt al over een paar maanden gespeeld, en als we afgaan op de geschiedenis zou ze een merkbaar effect op de aandelenmarkt kunnen hebben.

 

Om de impact in te schatten, heeft Capital Group meer dan 90 jaar aan data over de S&P 500 Index onderzocht. Daaruit blijkt dat aandelen tijdens jaren met midtermverkiezingen toch een aantal unieke kenmerken vertonen. Doorgaans wordt de markt volatieler, blijven rendementen beperkt en zodra de uitslag bekend is, gaan aandelen hoger.

 

Tot nu toe wordt de activiteit op de markt bepaald door de concurrerende krachten van hogere bedrijfswinsten, de Iran-oorlog en een krachtige rally van AI-aandelen, maar daar kan verandering in komen als beleggers hun aandacht vestigen op wat allicht een vijandig verkiezingsseizoen wordt.

Na de volatiliteit rond de midtermverkiezingen gaan Amerikaanse aandelen doorgaans hoger

Horizontaal staafdiagram met jaarrendementen van de S&P 500 Index nadat er Amerikaanse midterms zijn gehouden van 1950 tot en met 2022. Uit het diagram blijkt dat er tijdens deze periode geen enkel negatief jaarrendement werd behaald na midtermverkiezingen.

Bronnen: Capital Group, S&P Global, RIMES. Bij de berekeningen wordt in alle verkiezingsjaren de verkiezingsdatum als begindatum gebruikt; in andere jaren is 5 november als begindatum genomen. Alleen jaren met tussentijdse verkiezingen zijn in het diagram opgenomen. Koersrendementen zijn zonder herbelegde dividenden en kapitaaluitkeringen. Per 31 december 2025.

Het goede nieuws is dat er tijdens het volledige jaar na midtermverkiezingen doorgaans sterke rendementen worden behaald, van gemiddeld 15,4% sinds 1950. Voor langetermijnbeleggers hebben deze schommelingen op korte termijn gewoonlijk echter maar weinig belang. "Er kunnen zich wat hobbels op de weg voordoen”, zegt equity portfolio manager Chris Buchbinder, "en beleggers moeten zich schrap zetten voor volatiliteit op korte termijn, maar ik verwacht niet dat de verkiezingsuitslag hoe dan ook een grote impact zal hebben op de beleggingsresultaten."

 

Bovendien kunnen we er op dit moment nog maar weinig over zeggen.

 

"Als we naar het verleden kijken, weten we dat de partij aan de macht tijdens de midterms doorgaans tegenslagen moet verwerken, en dus hebben de Democraten volgens de geschiedenis een voetje voor", zegt Matt Miller, politiek econoom bij Capital Group. "Maar het duurt nog een hele tijd voor de stembureaus opengaan. In de politiek is vijf maanden een eeuwigheid. Volgens mij zal er enorm veel energie en geld worden besteed aan reclamecampagnes die van deze verkiezingen een veel niptere race kunnen maken dan iedereen verwacht. Misschien krijgen de Republikeinen zo toch de kans om een overwinning in de wacht te slepen, wat vandaag niet meteen denkbaar is."

Darrell R. Spence is econoom en heeft 33 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij heeft een bachelor in de economie van Occidental College. Hij is ook Chartered Financial Analyst® en lid van de National Association for Business Economics.

Beth Beckett is econoom en heeft 6 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Ze heeft een master in de economische geschiedenis van de London School of Economics and Political Science en een bachelor in de economie van Durham University.

Paul Benjamin is equity portfolio manager en heeft 20 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij heeft een MBA van Stanford en een bachelor in financiën en godsdienstwetenschappen van Northwestern College.

Chitrang Purani is fixed income portfolio manager en heeft 22 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij heeft een MBA van de University of Chicago en een bachelor in financiën van Northern Illinois University. Hij is tevens gecertificeerd als Chartered Financial Analyst®.

Chris Buchbinder is equity portfolio manager en heeft 30 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij heeft een bachelor in de economie en internationale betrekkingen van Brown University.

Matt Miller is politiek econoom. Hij heeft 35 jaar ervaring in de beleggingsbranche en werkt inmiddels tien jaar bij Capital (per 31/12/2025). Matt heeft rechten gestudeerd aan Columbia University en heeft een bachelor van Brown University.

In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Het is niet mogelijk om direct te beleggen in een index, die niet wordt beheerd. De waarde van beleggingen en inkomsten daaruit kunnen zowel stijgen als dalen en u kunt uw inleg geheel of gedeeltelijk verliezen. Deze informatie is niet bedoeld als beleggings-, fiscaal of ander advies, noch als een aansporing tot het kopen of verkopen van effecten.
 
Verklaringen die worden toegeschreven aan een persoon verwoorden de mening van die persoon op het moment van publicatie en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de mening van Capital Group of haar gelieerde ondernemingen. Alle informatie is per de aangegeven datum, tenzij anders vermeld. Sommige informatie kan van derden afkomstig zijn en de betrouwbaarheid van die informatie kan dan ook niet worden gegarandeerd.
 
Bij Capital Group staan drie beleggingsteams in voor het aandelenbeheer. Deze teams nemen in alle onafhankelijkheid beslissingen over beleggingen en het stemmen bij volmacht. Onze specialisten in vastrentende beleggingen verzorgen voor de hele Capital-organisatie het onderzoek naar en beleggingsbeheer van vastrentende producten. Voor effecten met aandelenkenmerken handelen ze echter uitsluitend namens een van de drie aandelenbeleggingsteams.