De Europese bouwsector staat aan de vooravond van een geleidelijke opleving, en tegelijk kan een bijsturing van het beleid van de Europese Unie (EU) de vraag naar lokaal geproduceerd koolstofarm staal en cement stimuleren. In dit artikel bespreken we drie belangrijke elementen die u bij beleggingen in de Europese cement- en staalindustrie in overweging moet nemen.
1. De stemming wordt schoorvoetend optimistischer
De Europese bouwsector kende de afgelopen twee jaar zijn laagste productie sinds de pandemie, maar hoopt dankzij investeringen in infrastructuur de komende jaren stilaan uit het dal te kunnen klimmen.1 Duitsland neemt het voortouw met een infrastructuurfonds dat de komende twaalf jaar € 500 miljard wil investeren in onder meer transportinfrastructuur, klimaataanpassingen, digitalisering en energie-infrastructuur.2 Ook elders in de regio is de infrastructuur toe aan een verregaande modernisering en opwaardering. Zo schat de EU dat er € 1,2 biljoen aan investeringen nodig zijn om het elektriciteitsnet bij de tijd te brengen.
Dat is goed nieuws voor de vraagvooruitzichten van essentiële bouwmaterialen, zoals cement en staal. Civiele bouwprojecten zijn goed voor meer dan een derde van het totale cementverbruik in de EU.3 De bouwsector is ook de grootste afnemer van staal in de regio, met opnieuw een aandeel van ruim een derde in de vraag.4
Een andere aanjager van de vraag naar cement en staal is de elektrificatie. Veel staalproducten zijn essentieel voor de bouw van hernieuwbare energiesystemen, zoals hoogwaardig roestvrij staal voor zonnepanelen. Een windturbine bestaat volgens de World Steel Association voor 84% tot 90% uit materialen die zijn gemaakt van ijzer en staal.5
Ook de stijgende defensie-uitgaven in de regio kunnen de vraag naar cement en staal opdrijven, van de bouw van kazernes tot de productie van wapens.