Volgens schattingen van de OESO1 zou de groei van de arbeidsproductiviteit op jaarbasis in de VS en het VK met 1 tot 1,25 procentpunt (pp) kunnen stijgen. Duitsland en Frankrijk volgen met 0,7 tot 1,1 pp op de voet. In het VK en Frankrijk zou dat een verdriedubbeling van de gemiddelde productiviteitsgroei sinds 2010 betekenen, en in Duitsland een verdubbeling.
De AI-adoptie in Europa trekt eveneens aan. Gegevens van de EU tonen aan dat 20% van de bedrijven in 2025 AI gebruikt, 6,5 pp meer dan in 2024, en uit een gerichte peiling van de Europese Commissie tussen februari en maart 2026 bleek dat net iets meer dan de helft van de Europeanen AI gebruikt, waarvan een kwart op het werk.
Ondanks deze stijgende cijfers ligt Europa nog steeds achter op de VS. In een recente toespraak zei Philip Lane, hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank, dat structurele factoren het gebruik van AI in Europa belemmeren. Zo telt Europa vooral kleinere ondernemingen, heeft het minder echte techbedrijven en is het regelgevende klimaat onzeker en omslachtig. Maar volgens een recente publicatie van het Brookings Institute over AI-adoptie in Europa en de VS kan slechts de helft van de kloof door deze factoren worden verklaard. De rest zou toe te schrijven zijn aan verschillen in managementkwaliteit.
Die bevinding is niet nieuw. Uit studies blijkt dat de productiviteitsgroei bij Amerikaanse bedrijven tijdens de ICT-revolutie in de jaren 90 en 2000 sneller verliep dan bij hun Europese tegenhangers. Beter bestuurde Amerikaanse bedrijven slaagden erin om de productie doeltreffender rond de nieuwe technologie te reorganiseren2.
Er zijn bemoedigende tekenen dat sommige Europese landen dit probleem proberen aan te pakken. Door een striktere bescherming van werknemers en strengere beloningspraktijken is het voor Europese bedrijven bijvoorbeeld moeilijker om hun prestaties te herstructureren en te stimuleren. Duitsland bereikte onlangs echter een akkoord over hervormingen die de aanwerving en het ontslag van werknemers eenvoudiger maken en die mogelijkheden bieden om werknemers in aandelenopties te betalen.
Maar zonder een eensgezindere inspanning om een echte eengemaakte markt tot stand te brengen, of een cultuur die bevorderlijk is voor grensoverschrijdende fusies en overnames, zullen veel Europese bedrijven waarschijnlijk niet de omvang bereiken die nodig is voor grootschalige vaste investeringen in AI. Dat zou betekenen dat een trager tempo van AI-adoptie en bedrijven die in mindere mate bereid zijn om hun productie te reorganiseren, een rem zouden kunnen zetten op potentiële productiviteitswinsten in Europa.