Kunstmatige intelligentie (AI) Macro-economisch nieuws: AI in Europa – implicaties voor de productiviteit

Het zijn vooral de Amerikaanse hyperscalers die het AI-succesverhaal schrijven, en vooralsnog is er voor Europa amper een bijrol weggelegd. Maar wat we uit technologische revoluties uit het verleden kunnen leren, is dat de hoofdprijs – meer productiviteitsgroei – niet per definitie gaat naar wie de technologie heeft ontwikkeld. Belangrijker is hoe doeltreffend die technologie wordt ingezet.

 

Tot nu toe wordt er maar langzaam vooruitgang geboekt. Terwijl de productie per uur in de VS in 2025 ruim 2% klom, steeg ze in de eurozone en het VK nauwelijks. Toch heeft Europa een betere uitgangspositie dan vaak wordt gedacht. Na de VS behoren Europese landen tot degene die het best gepositioneerd zijn om van AI-adoptie te profiteren.

Arbeidsproductiviteit (2025, % groei j-o-j)

Arbeidsproductiviteit (2025, % groei j-o-j)

Gegevens per 23 juni. Bron: Datastream

Volgens schattingen van de OESO1 zou de groei van de arbeidsproductiviteit op jaarbasis in de VS en het VK met 1 tot 1,25 procentpunt (pp) kunnen stijgen. Duitsland en Frankrijk volgen met 0,7 tot 1,1 pp op de voet. In het VK en Frankrijk zou dat een verdriedubbeling van de gemiddelde productiviteitsgroei sinds 2010 betekenen, en in Duitsland een verdubbeling.

 

De AI-adoptie in Europa trekt eveneens aan. Gegevens van de EU tonen aan dat 20% van de bedrijven in 2025 AI gebruikt, 6,5 pp meer dan in 2024, en uit een gerichte peiling van de Europese Commissie tussen februari en maart 2026 bleek dat net iets meer dan de helft van de Europeanen AI gebruikt, waarvan een kwart op het werk.

 

Ondanks deze stijgende cijfers ligt Europa nog steeds achter op de VS. In een recente toespraak zei Philip Lane, hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank, dat structurele factoren het gebruik van AI in Europa belemmeren. Zo telt Europa vooral kleinere ondernemingen, heeft het minder echte techbedrijven en is het regelgevende klimaat onzeker en omslachtig. Maar volgens een recente publicatie van het Brookings Institute over AI-adoptie in Europa en de VS kan slechts de helft van de kloof door deze factoren worden verklaard. De rest zou toe te schrijven zijn aan verschillen in managementkwaliteit.

 

Die bevinding is niet nieuw. Uit studies blijkt dat de productiviteitsgroei bij Amerikaanse bedrijven tijdens de ICT-revolutie in de jaren 90 en 2000 sneller verliep dan bij hun Europese tegenhangers. Beter bestuurde Amerikaanse bedrijven slaagden erin om de productie doeltreffender rond de nieuwe technologie te reorganiseren2.

 

Er zijn bemoedigende tekenen dat sommige Europese landen dit probleem proberen aan te pakken. Door een striktere bescherming van werknemers en strengere beloningspraktijken is het voor Europese bedrijven bijvoorbeeld moeilijker om hun prestaties te herstructureren en te stimuleren. Duitsland bereikte onlangs echter een akkoord over hervormingen die de aanwerving en het ontslag van werknemers eenvoudiger maken en die mogelijkheden bieden om werknemers in aandelenopties te betalen.

 

Maar zonder een eensgezindere inspanning om een echte eengemaakte markt tot stand te brengen, of een cultuur die bevorderlijk is voor grensoverschrijdende fusies en overnames, zullen veel Europese bedrijven waarschijnlijk niet de omvang bereiken die nodig is voor grootschalige vaste investeringen in AI. Dat zou betekenen dat een trager tempo van AI-adoptie en bedrijven die in mindere mate bereid zijn om hun productie te reorganiseren, een rem zouden kunnen zetten op potentiële productiviteitswinsten in Europa.

Meer lezen? Download het volledige artikel.

 

Dit inzicht maakt deel uit van onze ruimere analyse van de gevolgen die de huidige wereldwijde verschuivingen hebben voor beleggingsmogelijkheden. Wij noemen dit de 'Great Global Restructuring'.

Ontdek de krachten die aan de basis liggen van de 'Great Global Restructuring'

Beth Beckett is econoom bij Capital Group. Ze heeft vijf jaar ervaring in de beleggingsbranche en werkt nu drie jaar bij Capital Group. Ze heeft een master in de economische geschiedenis van de London School of Economics and Political Science en een bachelor in de economie van Durham University. De standplaats van Beth is Londen.

Tryggvi Gudmundsson is econoom bij Capital Group. Hij heeft 17 jaar ervaring in de beleggingssector en werkt nu 2 jaar bij Capital Group. Hij heeft een PhD van de London School of Economics and Political Science en een master en bachelor in de economie van de Universiteit van IJsland. De standplaats van Tryggvi is Los Angeles.

1 Bron: OESO, Macroeconomics productivity gains from AI in G7 economies, juni 2025

2 Bron: American Economic Review, Americans Do IT Better: US Multinationals and the Productivity Miracle

In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Het is niet mogelijk om direct te beleggen in een index, die niet wordt beheerd. De waarde van beleggingen en inkomsten daaruit kunnen zowel stijgen als dalen en u kunt uw inleg geheel of gedeeltelijk verliezen. Deze informatie is niet bedoeld als beleggings-, fiscaal of ander advies, noch als een aansporing tot het kopen of verkopen van effecten.
 
Verklaringen die worden toegeschreven aan een persoon verwoorden de mening van die persoon op het moment van publicatie en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de mening van Capital Group of haar gelieerde ondernemingen. Alle informatie is per de aangegeven datum, tenzij anders vermeld. Sommige informatie kan van derden afkomstig zijn en de betrouwbaarheid van die informatie kan dan ook niet worden gegarandeerd.
 
Bij Capital Group staan drie beleggingsteams in voor het aandelenbeheer. Deze teams nemen in alle onafhankelijkheid beslissingen over beleggingen en het stemmen bij volmacht. Onze specialisten in vastrentende beleggingen verzorgen voor de hele Capital-organisatie het onderzoek naar en beleggingsbeheer van vastrentende producten. Voor effecten met aandelenkenmerken handelen ze echter uitsluitend namens een van de drie aandelenbeleggingsteams.