Het afgelopen jaar werd overheerst door drie grote thema’s: handelsspanningen, beleidsonzekerheid en artificiële intelligentie (AI). De invoering van hoge Amerikaanse invoerheffingen heeft de groei aangetast, zonder de wereldeconomie te doen ontsporen. Ondertussen bieden technologische ontwikkelingen en de bijbehorende kapitaalinvesteringen in AI mogelijkheden om op langere termijn productiviteitswinsten te boeken, vooral in de VS.
De vooruitgang op het vlak van AI kan in hoge mate bijdragen aan de economische veerkracht, door niet alleen de groei en investeringen aan te wakkeren, maar mogelijk ook diverse negatieve factoren, zoals inflatie en demografische ontwikkelingen, op te vangen. De potentiële impact van AI zou kunnen worden ingeperkt door meerdere neerwaartse risico’s, zoals uitdagingen rond implementatie, buitensporige kosten, regelgevende beperkingen, de verstoring van de arbeidsmarkt en problemen met cyberbeveiliging. Maar zelfs als de huidige marktverwachtingen niet volledig worden ingelost, kan AI altijd nog een belangrijke structurele motor zijn voor productiviteit en economische groei, vooral in de VS.
We verwachten op jaarbasis een gemiddeld reëel bruto binnenlands product van 2,4% in de VS, 3% in de opkomende markten, 1,3% in de eurozone en het VK, en 0,7% in Japan. In dit verband is onze inflatieverwachting het afgelopen jaar vrijwel ongewijzigd gebleven en ligt ze in de lijn van cijfers uit het verleden. Dat we de komende 20 jaar stabiliteit verwachten, is gebaseerd op een lange horizon, die kortetermijneffecten kan uitvlakken , in combinatie met de aanwezigheid van aanzienlijke, maar elkaar compenserende economische krachten.