Bij de midterms, die halverwege de ambtstermijn van een president in november worden gehouden, verliest de partij van de president gewoonlijk terrein in het Congres. Bij de afgelopen 23 tussentijdse verkiezingen heeft de partij van de president gemiddeld 27 zetels verloren in het Huis van Afgevaardigden en drie in de Senaat. Slechts twee keer heeft de partij van de president in beide kamers zetels veroverd.
Daar zijn gewoonlijk twee verklaringen voor. Ten eerste zijn aanhangers van de partij die niet aan de macht is – in dit geval de Democraten – gewoonlijk meer gemotiveerd om naar de stembus te gaan. Ten tweede neemt de steun voor de president tijdens de eerste twee jaar van zijn ambtstermijn vaak af, wat ook voor Trump het geval is, en dat kan ertoe leiden dat zwevende kiezers en kiezers die teleurgesteld zijn in het regeringsbeleid voor verandering kiezen.
De Republikeinen hebben zowel in de Senaat als het Huis een nipte meerderheid. Als ze een van beide kamers verliezen, wordt het feitelijk onmogelijk om de komende twee jaar nog ambitieuze door de Republikeinen gesteunde wetgeving door te voeren, waardoor Trump de rest van zijn ambtstermijn in het defensief geduwd zou worden, legt Miller uit.
Omdat het verlies van zetels de normale gang van zaken is, hebben de markten dit gewoonlijk al veel eerder in het jaar ingeprijsd. Maar hoe groot de politieke machtsverschuiving zal zijn en welke gevolgen ze zal hebben op het beleid, zal pas later in het jaar blijken, en dit kan een verklaring zijn voor andere interessante trends.
Het verleden leert ons dat we lagere rendementen en meer volatiliteit mogen verwachten
Capital Group heeft meer dan 90 jaar aan data onderzocht en kwam tot de slotsom dat de markten zich tijdens jaren waarin er tussentijdse verkiezingen plaatsvinden, doorgaans anders gedragen. Uit onze analyse van de rendementen voor de S&P 500 Index sinds 1930 blijkt dat het koersverloop van aandelen in tussentijdse verkiezingsjaren aanmerkelijk verschilt van andere jaren.
Aangezien de markten doorgaans over lange perioden stijgen, zou de gemiddelde koersbeweging in een gemiddeld jaar gestaag moeten toenemen. Maar wat wij zagen, was dat aandelen in de eerste maanden van tussentijdse verkiezingsjaren doorgaans gemiddeld minder rendement opleverden en dat ze tot net voor de verkiezingen vaak maar weinig terrein wonnen.