Aandelen De invloed van AI op de Amerikaanse aandelenmarkten

Door een lawine van AI-investeringen beginnen de Amerikaanse aandelenmarkten tekenen van transformatie te vertonen. Die verschuiving volgt op ruim tien jaar van geconcentreerde winsten voor marktkapitalisatiegewogen indexen. Die zorgden dankzij een klein groepje megacaps uit de techsector voor historisch hoge waarderingen.

 

Beleggers kiezen steeds vaker voor sectoren en individuele aandelen die in de indexen ondervertegenwoordigd zijn. De dispersie onder de componenten van de S&P 500 Index bevindt zich in de buurt van de recordniveaus die de afgelopen decennia werden gehaald. Sectoren die voorheen achterbleven, zoals de industrie en stijlfactoren zoals waarde- en dividendaandelen, klimmen weer op tot een leiderspositie door verwachtingen dat AI-hyperscalers de omzetgroei kunnen stimuleren.

 

In die context worden gedegen fundamenteel onderzoek en een zorgvuldige effectenselectie steeds belangrijker. Dit zijn de belangrijkste thema's die ons team in de gaten houdt.

 

AI-revolutie verschuift naar fysieke activa in een klimaat van fors stijgende winsten

 

Hoewel beleggers zich aanvankelijk richtten op fabrikanten van halfgeleiders en hyperscalers om op de AI-boom in te spelen, is de aandacht sindsdien verschoven naar bedrijven die indirect van AI profiteren. Deze bedrijven hebben baat bij een forse toename van technologische investeringsuitgaven in de race om AI-modellen te trainen, ze grootschalig uit te rollen en ze in virtuele en fysieke werkomgevingen te integreren.

 

Door de vrije cashflow in de techsector zijn de winstverwachtingen de afgelopen maanden aanzienlijk gestegen. Maar het lijkt erop dat de markt deze dynamiek doorziet en beseft dat winsten niet per se zoals vroeger hoeven te worden aangewend voor dividenden, aandeleninkopen en fusies en overnames, maar zouden kunnen leiden tot een hogere omzet voor sectoren die indirect van AI profiteren. Daardoor stijgen de verwachte koers-winstverhoudingen voor sectoren buiten de technologie.

 

Behalve de rally van de energiesector, met dank aan de Iran-oorlog, doen ook sectoren zoals de industrie, nutsvoorzieningen en materialen het dit jaar tot eind maart goed. In deze sectoren zijn bedrijven actief die de materialen leveren die nodig zijn voor de AI-boom, zoals staal, beton, leidingen en HVAC- en elektriciteitssystemen voor de bouw van datacenters. Sommige hebben een orderboek dat al voor jaren is gevuld.

Hyperscalers overtreffen bredere markt door lawine aan AI-investeringen

R&D en CapEx als percentage van de omzet

Bronnen: Capital Group, FactSet. Per 31 maart 2026. R&D = kosten voor onderzoek en ontwikkeling. CapEx = investeringsuitgaven.

Magnificent Seven introduceert concentratierisico

 

De koersontwikkeling van de Magnificent Seven-aandelen maakt van portefeuillediversificatie een lastige klus. We moeten ons hierover twee vragen stellen:

 

  • Hoe sterk is de onderlinge correlatie tussen deze zeven aandelen?
  • Hoe sterk is hun correlatie ten opzichte van de rest van de S&P 500?

 

Bij een sterke correlatie zijn er minder diversificatievoordelen, omdat deze aandelen steeds vaker als één geheel worden verhandeld. Uit een analyse door S&P Global Market Intelligence uit 2025 bleek dat de gemiddelde voortschrijdende correlatie over twee jaar onder deze groep in 2024 bijna 60% bedroeg, met de sterkste correlaties tussen Microsoft en zowel Alphabet als Amazon.

 

In vergelijking met de S&P 500 Equal Weight Index liep de correlatie tussen de Magnificent Seven-aandelen in de tweede helft van 2025 op tot bijna 100%, om vervolgens weer onder nul te duiken. Vanaf 31 maart 2026 bleven deze aandelen immers aanzienlijk achter bij het gemiddelde aandeel uit de S&P 500.

 

Deze correlatietrend laat zien dat een positie in alle zeven Magnificent Seven-aandelen niet langer onafhankelijke rendementsstromen oplevert, maar veeleer één enorme geconcentreerde techpositie.

 

Kloof tussen winnaars en verliezers wordt groter

 

De dispersie van de rendementen binnen de S&P 500 bevindt zich opnieuw op de hoogtepunten uit het coronatijdperk. Dat betekent dat de kloof tussen winnaars en verliezers groter wordt.

 

Volgens een analyse van Goldman Sachs uit 2025 was ongeveer 73% van de variantie in het rendement van het doorsnee aandeel uit de S&P 500 over de afgelopen zes maanden toe te schrijven aan bedrijfsspecifieke factoren, tegenover een gemiddelde van 58% tussen 2002 en eind februari 2025. Los daarvan stelde een analyse van Morningstar uit 2024 vast dat er in de bestudeerde periode tussen 1999 en 2023 een correlatie bestond tussen grotere rendementsdispersie en een hoger succespercentage van actieve beheerders in vergelijking met hun benchmark.

Dispersie van de rendementen van de S&P 500 neemt toe

Twee gestapelde diagrammen vergelijken de dispersie van de jaarlijkse totaalrendementen en de dispersie van de rendementen tussen 2010 en 2025. Bovenaan wordt een staafdiagram weergeven met de dispersie van de jaarlijkse totaalrendementen van de componenten van de S&P 500 Index. De dispersie neemt opmerkelijk toe rond 2020 en opnieuw in 2025. Onderaan wordt een lijndiagram weergegeven met de dispersie van de rendementen, die tussen 2010 en 2019 veelal schommelt tussen 22% en 27%, uitschiet naar 47% in 2020 en tegen 2025 opnieuw stijgt tot circa 44%. Globaal is de dispersie het grootst wanneer de dispersie van rendementen het grootst is.

Resultaten uit het verleden zijn niet indicatief voor de toekomst.

Bron: Bron: Capital Group. Per 31 december 2025. Gebaseerd op data van Bloomberg over de totaalrendementen van de componenten van de S&P 500.

Kleiner, goedkoper en snel stijgend

 

Tot slot overtrof 62,4% van de componenten van de S&P 500 de index in het begin van dit jaar – het hoogste niveau in meer dan twintig jaar tijd en een opmerkelijke trendbreuk met de lage niveaus van de afgelopen jaren.

Percentage individuele aandelen dat de index overtreft op een van de hoogste punten in ruim 50 jaar tijd

Percentage S&P 500-aandelen die de index in de loop van een kalenderjaar hebben overtroffen

Resultaten uit het verleden zijn niet indicatief voor de toekomst.

Bron: Ned Davis Research, Inc. Op basis van data aan het einde van het jaar van 1973 tot 2026 (sinds het begin van het jaar t/m 16 februari 2026).

Rendementen zijn niet langer geconcentreerd bij een handvol op groei gerichte megacaps. Waardeaandelen hebben groeiaandelen bijvoorbeeld ingehaald. Tot het einde van het eerste kwartaal deed de Russell 1000 Value Index het 12% beter dan de Russell 1000 Growth Index.

 

Smallcaps kunnen ook interessant zijn. Na jaren van underperformance worden ze nu verhandeld met een historische waarderingskorting ten opzichte van largecaps. De Russell 2000 Index, die smallcaps volgt, presteerde per 31 maart 2026 ruim 5% beter dan de S&P 500.

 

Conclusie

 

De investeringsuitgaven die de AI-boom zuurstof geven, zorgen op de markt ook voor bredere dispersie. Om in de toekomst succesvol te zijn, zullen beleggers waarschijnlijk heel goed het onderscheid moeten kunnen maken tussen kwaliteitsbedrijven, nieuwe winnaars en echte koopjes enerzijds, en overgehypete en overgewaardeerde bedrijven anderzijds. Een selectievere benadering kan steeds belangrijker worden als er in de komende jaren meer kapitaal verschuift van winsten en investeringsuitgaven van techbedrijven naar bedrijven die goed ondersteund worden door vaste activa, duurzame cashflows en gedisciplineerde herinvesteringen.

Martin Romo is voorzitter en chief investment officer bij Capital Group. Hij is ook equity portfolio manager en hij heeft 32 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2024). Hij heeft een MBA van Stanford en een bachelor in architectuur van de University of California, Berkeley.

Greg Miliotes is equity portfolio manager bij Capital Group. Hij is tevens lid van de Capital Group Management Committee. Hij heeft 28 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Greg behaalde een masterdiploma en certificaat in internationaal management en publiek management aan de Stanford Graduate School of Business en een bachelordiploma in mechanische ingenieurswetenschappen aan het Massachusetts Institute of Technology.

David Polak is investment director en heeft 42 jaar ervaring in de beleggingsbranche (per 31/12/2025). Hij behaalde cum laude een bachelordiploma in de economie aan het University College London.

Victoria Quach is senior client analytics manager en is al 18 jaar werkzaam in de sector (per 31/12/2025). Ze behaalde een masterdiploma in financiële engineering aan de UCLA Anderson School of Management en een bachelordiploma in de wiskunde en toegepaste wetenschappen aan de University of California, Los Angeles.

In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Het is niet mogelijk om direct te beleggen in een index, die niet wordt beheerd. De waarde van beleggingen en inkomsten daaruit kunnen zowel stijgen als dalen en u kunt uw inleg geheel of gedeeltelijk verliezen. Deze informatie is niet bedoeld als beleggings-, fiscaal of ander advies, noch als een aansporing tot het kopen of verkopen van effecten.
 
Verklaringen die worden toegeschreven aan een persoon verwoorden de mening van die persoon op het moment van publicatie en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de mening van Capital Group of haar gelieerde ondernemingen. Alle informatie is per de aangegeven datum, tenzij anders vermeld. Sommige informatie kan van derden afkomstig zijn en de betrouwbaarheid van die informatie kan dan ook niet worden gegarandeerd.
 
Bij Capital Group staan drie beleggingsteams in voor het aandelenbeheer. Deze teams nemen in alle onafhankelijkheid beslissingen over beleggingen en het stemmen bij volmacht. Onze specialisten in vastrentende beleggingen verzorgen voor de hele Capital-organisatie het onderzoek naar en beleggingsbeheer van vastrentende producten. Voor effecten met aandelenkenmerken handelen ze echter uitsluitend namens een van de drie aandelenbeleggingsteams.